Blik op de tuin: week 17 / 2015

Zo schrijf je er over en zo kom je hem tegen in de botanische tuin van Washington DC!

Zo schrijf je er over en zo kom je hem tegen in de botanische tuin van Washington DC! In het echt is de bloem nog geler!

Paradijselijke vogel(bloem)

Alleen de sprookjesachtige Nederlandse naam paradijsvogelbloem geeft al aan, dat Strelitzia reginae een bloem met een bijzondere verschijning is. De bloem met koningsblauwe kroon- en oranje schutbladeren die als een hanenkam opstaan en uit een grijsgroene bloemschede groeien, spreekt zo tot de verbeelding, dat een naam als paradijsvogelbloem of vogelkopbloem zeer begrijpelijk is. Strelitzia reginae komt van oorsprong voor op de Kaap in Zuid-Afrika. De plant kwam in 1773 naar Engeland als onderdeel van een lading plantmateriaal voor Kew Gardens, de botanische tuin van de Engelse koning George III. Plantenzoeker Sir Joseph Banks was verantwoordelijk voor de vondst van deze plant die in die tijd een ware sensatie was. In eerste instantie was de groei en bloei van de nieuwe aanwinst geen succes, omdat de plant in ongeschikte bloempotten groeide. Haar naam dankt Strelitzia aan de echtgenote van deze koning, koningin Charlotte van Mecklenburg-Strelitz (reginae komt van regina = koningin in het Latijn). Het geslacht Strelitzia behoort tot de familie van de Musaceae en is daarom ook familie van de banaan. Dat ze familie zijn is onder andere te zien aan de grijsgroene, bijna lepelvormige, lange bladeren van Strelitzia die erg op bananenbladeren lijken. Naast de soort zijn er nog diverse cultivars. Mooi is de cultivar met gele schut- en blauwe kroonbladeren, die in eerste instantie bekend stond als ‘Kirstenbosch Gold’. In 1996 is deze naam als eerbetoon aan Nelson Mandela veranderd in ‘Mandela’s Gold’. Naast Strelitzia reginae zijn er ook boomachtige soorten, zoals Strelitizia nicolai, de reuzen witte paradijsvogelbloem, die tot wel 10 meter hoog groeit. Deze soort is afkomstig uit Natal. De bloemen bestaan uit drie witte en drie violette kroonbladeren, die uit een zwarte ‘snavel’ komen. De bladeren zijn groter en groener dan die van reginae. De naam ‘nicolai’ is een eerbetoon aan Tsaar Nicolaas II van Rusland. Ook Strelitzia alba en Strelitzia caudata hebben een boomvormige verschijning. ‘Caudata’ en ‘alba’ lijken heel veel op de ‘nicolai’, maar ze zijn kleiner van formaat. Voor een leek is het moeilijk om deze soorten te onderscheiden. Strelitzia juncea heeft bloemen die op die van Strelitzia reginae lijken, de bladeren van de plant zijn echter biesvormig. Strelitzia reginae is een niet zo moeilijk te houden plant. Zelfs het overwinteren hoeft geen bezwaar te zijn. Een temperatuur rond de 10 – 13 °C in de winter is voldoende. Door zijn afkomst heeft deze plant veel zonlicht nodig! Ik hoop dat de mijne dit jaar gaat bloeien!

Anneke

T @blikopdetuin

Blik op de tuin – Vragen kunt u stellen via: info@westland.groei.nl; activiteiten van Groei en Bloei afdeling Westland vindt u op: westland.groei.nl.

Blik op de tuin – week 16/ 2015

Blik op de tuin: week 46 / 2012

Clusius correspondeert

Dit jaar is het 425 jaar geleden, dat de Universiteit Leiden haar botanische tuin stichtte. Reden genoeg voor de Hortus om een jaar lang aandacht te besteden aan haar (ontstaans)geschiedenis. Carolus Clusius (1526 – 1609), de eerste prefect, die bijna 422 jaar geleden naar Leiden kwam om de tuin aanzien en gestalte te geven, speelt hier een belangrijke rol in. In dit kader vond daarom in de Hortus een college door cultuurhistorica Esther van Gelder plaats over de bijzondere correspondentie van Clusius. Carolus Clusius geboren in Arras, was eigenlijk de eerste fulltime botanicus. Clusius heeft vele botanische publicaties op zijn naam staan en introduceerde de tulp in ons land. Hij speelde een belangrijke rol in zogenaamde botanische renaissance in de zestiende eeuw, de opleving van de praktijk van het plantenonderzoek. Niet alleen was er in die tijd een vernieuwde interesse voor de botanische kennis van de Oudheid, maar ook kwam er een ontwikkeling op gang naar aanleiding van de komst van vele exotische gewassen naar Europa (o.a. door de reizen van de V.O.C.). Deze ontwikkeling leidde er uiteindelijk toe, dat plantkunde als hulpwetenschap de status kreeg van een beschrijvende wetenschap.
Clusius, die oorspronkelijk rechten studeerde, was botanisch adviseur aan verschillende hoven in Europa. Zo was hij van 1573 – 1577 werkzaam aan het Keizerlijk Hof in Wenen. Tijdens zijn leven had hij om die reden contact met diverse ambassadeurs, maar ook met vakgenoten en klanten die van zijn diensten gebruik maakten. Dat contact vond meestal via briefwisseling plaats. In die tijd was een brief nog het enige communicatiemiddel, er waren nog geen tijdschriften en boeken waren erg duur (de boekdrukkunst was nog maar net in opkomst). Tijdens zijn leven schreef Clusius vele brieven. Hij correspondeerde met 330 verschillende mensen in 6 verschillende talen uit 12 landen in Europa. Ook vond er een uitwisseling van allerlei plantmateriaal en plantenlijsten plaats. In 1588 is bijvoorbeeld de aardappelplant uit Peru naar hem gestuurd. In totaal zijn er 1575 brieven bewaard gebleven, waarvan 1212 in de Universiteitsbibliotheek van Leiden. Leuk is dat door deze brieven de geschiedenis als het ware tot leven komt. Clusius schrijft niet alleen over zijn waarnemingen en zijn passie voor planten, maar ook over religieuze onverdraagzaamheid, ziektes als de pest, oorlog en zijn eigen gezondheid. Bent u benieuwd naar deze correspondentie, dan is het leuk om te weten, dat deze bijzondere briefwisseling maandelijks online in een blog centraal staat. Diverse gastschrijvers belichten daarin zijn brieven: http://hortus.leidenuniv.nl/index.php?/Hortus/blogs/
Anneke

T @blikopdetuin

Blik op de tuin – Vragen kunt u stellen via: info@westland.groei.nl; activiteiten van Groei en Bloei afdeling Westland vindt u op: westland.groei.nl.

 

Blik op de tuin – week 15 / 2015

Blik op de tuin: week 31– 2012

Bollen en knollen voor kleur in de zomerborder

Zomerbloeiende bollen en knollen zijn, volgens Dineke Logtenberg van kwekerij/tuin ‘De Boschhoeve’ uit Wolfheze, niet meer uit de tuin weg te denken. Of het nu in de border of in de moestuin is, zomerbollen en –knollen geven de tuin kleur en kunnen voor de mooiste combinaties zorgen. Volkomen onterecht halen veel mensen hun neus op voor zomerbloeiende bol- en knolgewassen. Ze denken dat het moeilijke planten zijn, die veel zorg vereisen. De praktijk is anders. Terwijl de meeste kuipplanten licht, water en ruimte vragen in de winter, kunt u veel zomerbollen en -knollen heel eenvoudig in kistjes of droog in de pot weg zetten. Met een beetje geluk kunnen sommige soorten al dan niet met winterdek, zelfs gewoon in de volle grond blijven zitten. Een van Dineke’s lievelingen is Chinese bieslook, Allium tuberosum. Dit is een plant uit de lookfamilie (Alliaceae). In potten, moestuin en border is het een plaatje en misschien soms zelfs wel eens een plaag omdat het gewas zich soms nogal uitzaait. Wie van warme kleuren in de tuin houdt, doet er goed aan om gebruik te maken van deze lang doorbloeiende zomergewassen. Ze geven niet alleen tot diep in de herfst een extra pittig accent aan een border (op kleur), maar zorgen ook voor een stukje vrolijkheid soms zelfs tot aan de vorst toe. De meeste zomerbollen staan het liefst op een zonnige plek en zijn uitstekend te combineren met vaste planten en siergrassen, niet alleen qua vorm, maar ook qua kleur. Afhankelijk van soort en grootte kunt u bol- en knolgewassen ook in manden en potten planten. Denkt u hierbij aan begonia’s en roodsterretjes. Alleen de naam van dit laatste gewas (Latijnse naam: Rhodohypoxis) zorgt al voor een blij gevoel. Wie van dahlia’s houdt, heeft geluk, want die zijn er te kust en te keur. Dahlia’s met namen als ‘Summertime’ en ‘Rosamunde’ zijn het planten waard en zelfs voor tuiniers die NIET van Dahlia houden is er een dahlia: Dahlia ‘Roxy’, een uitstekende cultivar voor in de pot! Tijdens de presentatie op donderdag 19 maart jl. waren er volop bollen en knollen te koop. Zelf heb ik me ‘bezondigd’ aan Crocosmia ‘Lucifer’ met helderrode bloemen, maar ook de Abessijnse gladiolen kon ik niet laten liggen. Ik heb hier en daar wat ruimte in de borders gekregen… dus proberen maar, want warme kleuren zijn per slot van rekening weer in de gratie! Meer lezen: westland.groei.nl – terugblik 2015/lezingen. Kleur ze!
Anneke

T @blikopdetuin

Blik op de tuin – Vragen kunt u stellen via: info@westland.groei.nl; activiteiten van Groei en Bloei afdeling Westland vindt u op: westland.groei.nl.

Blik op de tuin – week14 / 2015

Macho!

Machoplanten: een zegen voor een tuinier met tijdgebrek!

Van een vriendin kreeg ik kortgeleden een folder over machoplanten! Machoplanten? ‘Wat zijn dat nu weer?’.. hoor ik u denken. Ook ik was verbaasd over deze term. Toch kan ik u verzekeren, dat na het lezen van de folder, de term inderdaad toepasselijk is. Machoplanten zijn planten die uitermate geschikt zijn voor mensen die van een mooie, maar onderhoudsarme tuin houden; of dat nu uit tijdgebrek of om ndere redenen is, dat is om het even. Het zijn in ieder geval de allersterkste uit het scala aan vaste planten, dat momenteel beschikbaar is. Vaste plantenkwekerij Jan Spruyt-van der Jeugd uit Buggenhout in België (vasteplant.be) heeft onderzoek gedaan naar onderhoudsarme planten door het uitzetten van proeven in proeftuinen. Machoplanten zijn, volgens Jan Spruyt, een categorie apart. Niet alleen zijn deze planten oersterk, maar ze zijn ook gezond. Verder hebben ze vaak een bodembedekkend karakter, waardoor ze onkruid onderdrukken. Ook voor openbaar groen en grotere borders zijn ze uitstekend geschikt, omdat ze bijna geen mest en water en nauwelijks onderhoud nodig hebben. U hoeft ze ook niet om de drie jaar te scheuren. Hun esthetische waarde is daartegenover groot. Het basisonderhoud bestaat uit het aan het einde van de winter afsnijden/maaien van het oude gewas.
Het voordeel van deze plantengroep is, dat ze uitstekend te combineren zijn met zomerbloeiende bolgewassen en in grote groepen te planten zijn. Tot deze soorten behoren ook een aantal siergrassen, zoals Carex, Molinia, Deschampsia en Pennisetum. Er zitten ook vaste planten bij, waar ik zelf ook hele goede ervaringen mee heb. Astersoorten, zoals divaricatus, Persicariasoorten en Kalimeris incisa zijn ook in mijn tuin lang doorbloeiende toppers, die vanaf mei tot ver in oktober attractief zijn. Naast dit concept heeft Jan Spruyt ook zogenaamde prairieplanten in het assortiment. Een aantal van deze planten, zoals Monarda en Rudbeckia zijn ook onder de machoplanten terug te vinden. Prairieplanten maken onderdeel uit van een plantengemeenschap, geïnspireerd op de Noord-Amerikaanse graslanden, met veel kleur in de zomer en herfst, wuivende grassen en prachtige najaarstinten. Zij zijn geschikt voor iedere grondsoort, onderhoudsvriendelijk en trekken ook nog eens vlinders en bijen aan. Ook prairieplanten hoeft u niet te steunen, te bemesten of te verjongen. Omdat de bloei geconcentreerd is op (na)zomer en winter is het voor wat kleur in het voorjaar wel leuk om voorjaarsbollen te planten. Als u een kijkje neemt in de digitale catalogus van de kwekerij zult u ontdekken, dat er bij elke vaste plant en uitgebreide omschrijving staat!

Anneke

T @blikopdetuin

Blik op de tuin – Vragen kunt u stellen via: info@westland.groei.nl; activiteiten van Groei en Bloei afdeling Westland vindt u op: westland.groei.nl.