Blik op de tuin: week 9 / 2015

bananenpassieflora

bananenpassieflora

 Een passie voor ‘passies’ (2)

Passiebloemen komen van oorsprong grotendeels uit Zuid-Amerika, maar ze zijn ook in Noord- en Zuid-Amerika, Azië en in Australië te vinden. Naast Passiflora caerulea, die ook in onze tuinen groeit, bestaan er nog minstens 500 bekende soorten. Mijn interesse voor deze exotische verschijning ontstond toen ik vorig jaar op Madeira een heerlijk plaatselijk visgerecht met een saus van passievruchten heb gegeten. Daarnaast trok ook Passiflora tripartita mollisima, de bananenpassiebloem, mijn aandacht, die onder andere langs de levada’s op dit prachtige eiland groeit. Deze zachtroze passiebloem heeft lange, banaanvormige, gele vruchten, waarvan de kern eetbaar is. Er zijn nog veel meer eetbare passievruchten, die niet alleen in vorm, maar ook in kleur, smaak en grootte verschillen. Een van de bekendst soorten is Passiflora edulis die veel cultivars kent, zoals Passiflora edulis forma flavicarpa en wereldwijd in cultuur is, bijvoorbeeld in Brazilië, Colombia en Australië. Het fruit van Passiflora kan geel, rood of oranje en paars van kleur zijn. Reusachtig is de vrucht van Passiflora quadrangularis macrocarpa. Een gewicht van ongeveer 3,5 kg is bij deze soort niet ongewoon; oppassen geblazen dus als ze rijp zijn! Veel passieflorasoorten hebben kruisbestuiving nodig om vrucht te dragen, maar er zijn er ook soorten die zelfbestuivend zijn, zoals Passiflora caerulea. Henk van Aalst, eigenaar van De Passifloratuin, vindt het jammer dat zo weinig mensen met dit plantengeslacht bekend zijn. Naast ‘caerulea’ zijn er, voor in de tuin, nog een aantal vorstbestendige Passiflora, die Henk in zijn assortiment heeft en meer aandacht verdienen, zoals P. caerulea ‘Pierre Pomie’, P. caerulea ‘Constance Elliot’; P. incarnata en P. ‘Fata Confetto’. Henk heeft in zijn collectie ook een groot aantal tropische soorten en tacsonia’s die uitstekend geschikt zijn als kuipplant. Hiertoe behoren soorten, waarvan er slechts één of twee exemplaren ter wereld zijn! In de tuin houdt Passiflora van goed gedraineerde grond en heeft een hekel aan natte voeten. De plant staat het liefst beschut en van de wind af. De bloei is vanaf mei tot zeker oktober. Advies van Henk: in de winter de plant (met zijn eigen blad) afdekken. Passiflorasoorten die u als kuipplant behandelt, kunnen in de zomer naar buiten. De Passiflorahoeve in Harskamp beheert de Nationale plantencollectie van Passiflora (www.passiflorahoeve.nl). Niet vreemd is het, dat daar ook een vlindertuin te vinden is, want een groot aantal Passiflora dient als waardplant voor tropische vlinders, die hun bladeren eten. De Passifloratuin is open vanaf 1 april op donder- en zondagmiddag. Voor meer informatie: http://www.passiefloratuin.nl
Anneke

T @blikopdetuin

Blik op de tuin – Vragen kunt u stellen via: info@westland.groei.nl; activiteiten van Groei en Bloei afdeling Westland vindt u op: westland.groei.nl.

Blik op de tuin – Het Hele Westland: week 8 / 2015

Passieflora caerulea

Passieflora caerulea

Een passie voor ‘passies’ (1)

De eerste passiebloem die ik ooit gezien heb, bloeide in een van de kassen van de anjerteler, waar ik in de vakantie als twaalfjarige een zakcentje verdiende met anjers pluizen. De bloemen van deze klimplant maakten zoveel indruk op me, dat ik me nu nog de angst herinner die ze bij mij opriepen. Nog nooit had ik zulke vreemde, mysterieuze bloemen gezien. In gesprek met Henk van Aalst van de Passifloratuin in De Lier kwam naar voren, dat het bijna zeker de bloemen van Passiflora caerulea zijn geweest die mij toen zo hebben laten schrikken. Henk vond mijn reactie trouwens niet zo vreemd. Vooral de krans van de zogenaamde coronadraden doen zeer exotisch aan. Henk vertelde me, dat Spaanse missionarissen die in Brazilië als eerste Europeanen een Passiflora zagen, zo enthousiast over de pracht en de mystiek van de bloemen waren, dat ze aan deze plant de naam: ‘bloem van de vijf wonden’ gaven. In de vorm van de bloem herkenden ze namelijk het lijden van Jezus. De vijf meeldraden die vaak rood gestippeld zijn, associeerden zij met zijn bloed en de drie stempels, bovenaan de bloem, met de drie nagels aan het kruis. De tien bloemblaadjes stonden symbool voor de tien apostelen die bij de kruisiging aanwezig waren. De kroon van in totaal 72 draden, de corona, stond voor de 72 doornen van de kroon die Jezus droeg. Heel toepasselijk is daarom ook de Latijnse naam: Passiflora (passio = ik lijd / flora =bloem). Dit verhaal gaat nog verder, maar ik vertel u liever over het feit, dat Passiflora caerulea nog minstens 500 familieleden heeft. De meeste soorten die tot het geslacht Passiflora horen zijn overblijvend en hebben klimmende eigenschappen in de vorm van ranken, waarmee de plant zich ergens omheen kan winden. Heel bijzonder is het, dat Henk in zijn kas ongeveer 450 soorten heeft staan. Zijn passie is begonnen toen zijn vader, die bibliothecaris bij het Proefstation was, ooit een Passiflora caerulea mee naar huis nam. 10 jaar geleden kwam zijn hobby in een stroomversnelling toen hij op het bedrijf waar hij werkte een hoekje ter beschikking kreeg. In 2013 verhuisde Henk naar de huidige locatie. Door goede, wereldwijde contacten, (Kew Gardens, Universiteit van Moskou e.v.a.) ontwikkelde zijn collectie zich snel. Ook omdat bevriende passieliefhebbers nieuwe soorten voor hem mee uit Colombia en Brazilië brachten. Ik kan niet wachten tot het mei is, dan staan, volgens Henk, de meeste soorten in bloei. Volgende week meer! Nieuwsgierig: http://www.passifloratuin.com

Anneke

T @blikopdetuin

Blik op de tuin – Vragen kunt u stellen via: info@westland.groei.nl; activiteiten van Groei en Bloei afdeling Westland vindt u op: westland.groei.nl.

Blik op de tuin- week 7 / 2015

Bewustwording van een kok

Bij in Eden!

Als elke tegeltuinier het bewustwordingsproces van een kok als Jonathan Karpathios zou doormaken, dan zou het wel goed komen met samenwerkingsverbanden als ‘Operatie Steenbreek’ om tuineigenaren op de overbetegeling van hun tuinen te wijzen.
Chef Karpathios van restaurant ‘Vork en Mes’ uit Hoofddorp (www.vorkenmes.nl) was spreker op de eerste avond van een reeks van zes, onder de titel: Van Hollandse Bodem. Deze avonden zijn een initiatief van Deborah Post en vinden plaats op ‘Op Hodenpijl’ in Schipluiden. Het thema van de eerste avond was Biodiversiteit & Vergeten Groente. Karpathios vertelde over de grote verandering die bij hem plaats vond, nadat hij, na de bevalling van zijn vrouw, voor het eerst zijn zoon in zijn armen hield. Ver weg van de strijd om Michelin sterren en borden vol met duur geïmporteerd vlees, houdt hij zich, na deze transformatie, liever bezig met het koken en kweken van groenten van eigen bodem. Ook bezigt hij het principe, dat op een bord 80% groente en 20% vlees moet liggen. Het vlees, dat deze kok met Griekse wortels serveert, is afkomstig van eigen dieren of van lokale boeren die speciaal voor Vork & Mes produceren, Dit alles biologisch en onder het motto van de oude Griekse filosoof Hippocrates: ‘Laat uw voedsel uw medicijn zijn en uw medicijn uw voedsel’. Karpathios ging ook in op de vraag waar voedsel begint. Niets is zo belangrijk als een goede, gezonde bodem vol mineralen, die alleen dan maar gezond en veilig voedsel kan produceren. We zouden, aldus de chef, de aarde veel meer moeten zien als business partner en niet als een object, dat we, zonder na te denken, leegplunderen. Zijn verhaal sloot naadloos aan op het verhaal van Bert van Ruitenbeek, pionier in de biologische landbouw en medeorganisator van de landbouw- en voedseldialogen in de Rode Hoed. De bodem staat, volgens van Ruitenbeek, overal ter wereld onder druk door zaken als verlies aan (agro)biodiversiteit en overbemesting. De mens kan veel doen aan het herstel van bodemvruchtbaarheid en biodiversiteit en is dit ook verschuldigd aan toekomstige generaties. Bert van Ruitenbeek stelde verder nog, dat de mens vroeger veel meer verschillende soorten groente, fruit, rijst en tarwe at en dat veredeling van gewassen niet alleen heeft geleid tot minder soorten, maar ook tot een smallere basis van gunstige voedingsstoffen in de gewassen zelf. Zijn advies: ‘Vier de biodiversiteit van alle gewassen door ook vergeten groente te eten en eet niet, wat je overgrootmoeder niet als voedsel zou herkennen!’.

Anneke

T @blikopdetuin

Blik op de tuin – Vragen kunt u stellen via: info@westland.groei.nl; activiteiten van Groei en Bloei afdeling Westland vindt u op: westland.groei.nl.

Blik op de tuin: week 6 / 2015

Lieflijk, maar dodelijk

Lieflijke winterakonietjes!

Lieflijke winterakonietjes!

Als er één gewas is, dat kan concurreren met het sneeuwklokje om de titel ‘eerste voorbode van de lente’, dan is het wel de winterakoniet, Eranthis hyemalis. Ik heb er nooit eerder bij stil gestaan, maar die lieflijke winterakonieten, die meestal aan het einde van januari hun kopjes boven de aarde steken, zijn verwant aan monnikskap. Van monnikskap, Aconitum, weet ik dat ze heel giftig zijn, maar winterakonieten…Toch is dat onschuldig ogende plantje een van de meest dodelijke in onze tuin; vooral de wortelknollen zijn heel schadelijk. Maar zolang u ze niet eet, is er niets aan de hand! In de Griekse oudheid was het plantje, door deze eigenschap, trouwens gewijd aan Hecate, de godin van de tovenarij.
Evenals het geslacht Helleborus, dat ongeveer in dezelfde periode gaat bloeien, is de winterakoniet een telg uit de familie van de boterbloemen, de Ranunculaceae. De helder gele bloemen van de winterakoniet zijn alleenstaand en hebben een kraagje van smalle groene blaadjes. In het wild is dit knolgewasje te vinden in de bergen van Oostenrijk, Zwitserland en Italië, maar ze groeien en bloeien al ruim 400 jaar in onze tuinen, nadat ze als cultuurgewas zijn meegenomen naar Noord-Europa. Eranthis hyemalis behoort tot de zogenaamde stinzenplanten, omdat ze in die tijd vooral bij stinzen (Fries woord voor versterkt stenen huis in de vorm van een toren) zijn aangeplant. Nu, eeuwen later zijn ze volledig ingeburgerd en ook bij mij in de tuin hebben ze hun stekkie gevonden. Wist u trouwens, dat er naast Eranthis hyemalis nog meer soorten winterakonieten zijn en zelfs dubbelbloemige variëteiten? Prachtig, maar zeldzaam is bijvoorbeeld Eranthis pinnatifida, een soort, dat uit Japan komt. Deze winterakoniet heeft witte bloemen, is helaas niet winterhard en daarom meer geschikt voor een alpine kas. Ditzelfde geldt voor Eranthis stellata en Eranthis lobulata. Goed winterhard is echter Eranthis cilicica, een soort dat zijn oorsprong in Turkije vindt. De bloemen van Eranthis cilicica zijn groter dan die van hyemalis, maar de bladeren zijn kleiner. Verder bloeit deze soort later dan zijn familielid. Winterakonieten houden van een plekje in de border, waar u niet teveel in werkt. Eenmaal in de tuin geplant, duurt het meestal even voordat ze zich hebben gesetteld. Hebben ze het naar hun zin, dan zullen ze zich in de jaren daarna door zaad flink gaan vermeerderen. De knolletjes plant u het beste in augustus, september. Legt u ze voor het planten wel 24 uur in lauw water; dit om uitdroging te voorkomen!

Anneke

T @blikopdetuin

Blik op de tuin – Vragen kunt u stellen via: info@westland.groei.nl; activiteiten van Groei en Bloei afdeling Westland vindt u op: westland.groei.nl.