Blik op de tuin – Het Hele Westland: week 31

Coniferen: een zegen of een ramp?Blik op de tuin: week 16 – 2012

Nu die koperen ploert ongenadig zijn gang gaat, valt het nog meer op als een boom die er voor je gevoel, altijd heeft gestaan, uit het beeld verdwenen is. Ik heb het over een enorme atlasceder, Cedrus atlantica, die zo dicht tegen de woning van de buren was gegroeid, dat hij uiteindelijk het veld heeft moeten ruimen. Dat is niet alleen jammer voor de boom, maar ook voor vogels die er in huisden en vooral voor die ene merel die er elke avond zijn liedje zong. Ook is het jammer voor de planten in mijn tuin, want die zijn hun zonnescherm kwijt, dat vooral op het warmst van de dag uitkomst bood. Wat u en ik hieruit moeten leren is, dat we bij het planten van een boom of conifeer er rekening mee moeten houden dat ze in een volwassen stadium wel eens te groot voor onze bescheiden tuinen kunnen zijn. Degene die ooit de atlasceder heeft geplant, heeft vast niet geweten, dat een volwassen atlasceder wel tot 40 meter hoog kan groeien. Een gegeven is, dat in de jaren ’70 en ’80 van de vorige eeuw coniferen massaal zijn aangeplant en dat dit vaak zonder kennis van zaken is gebeurd en dat is jammer. Coniferen zijn daardoor enigszins in het verdomhoekje geraakt, vooral omdat ze door gebrek aan onderhoud veel te groot en uit hun voegen groeiden. Nu is het ook weer niet zo, dat u elke conifeer moet snoeien, maar vooral hagen van coniferen hebben regelmatig een snoeibeurt nodig om op hoogte en gezond te blijven. Solitaire coniferen, zoals de atlasceder zijn onderhoudsarm en hebben geen snoei nodig. Door deze bijvoorbeeld te toppen verliest hij zijn natuurlijk uiterlijk en dat moet u hem niet aan willen doen. Ook dwergconiferen hebben geen snoei nodig en blijven zoals de naam al zegt klein.
Naast dat coniferen regelmatig een snoeibeurt nodig hebben is het ook verstandig ze elk jaar te bemesten, want door hun snelle groei en omdat de planten dichtbij elkaar staan, verarmt de grond snel. Wist u trouwens dat het snoeisel van een conifeer, als Taxus baccata, een belangrijke rol kan spelen in de strijd tegen kanker? In een aantal taxussoorten zit een stof, taxol, die de deling van tumorcellen tegengaat. In Gelderland, Noord-Brabant en Noord-Limburg is de Taxus Taxi actief. Deze organisatie zamelt tussen 15 mei – 15 augustus taxussnoeisel in. Een mooi initiatief dat uitbreiding naar meer provincies verdient! Meer informatie: http://www.taxustaxi.nl.

Anneke

T @blikopdetuin

Blik op de tuin – Vragen kunt u stellen via: info@westland.groei.nl; activiteiten van Groei en Bloei afdeling Westland vindt u op: westland.groei.nl.

Blik op de tuin – Het Hele Westland: week 30

Composieten en water

Wilde Bertram

Wilde Bertram

Na een voorspoedig voorjaar sloeg begin juli de droogte toe. Juni was, gemiddeld gezien, een vrij droge maand. Landelijk viel er, volgens het KNMI, 47 mm tegen 68 mm normaal. Vooral rond het midden van juni viel er op veel plaatsen in ons land weinig neerslag. Het frisse groene blad van boom, struik en lage begroeiing kreeg het zwaar te verduren. Alle buien die landelijk vielen, leken onze streek links te laten liggen. Een watersysteem in de tuin is dan dé oplossing, maar niets gaat er boven een paar flinke regenbuien die het hangwater in de grond weer op niveau brengen en de regentonnen vullen. Ik vind het fijn om te zien hoe planten al bijna direct reageren op deze verfrissing….De grijze tonen, veroorzaakt door de droogte, maken weer plaats voor frisse groene kleuren. Bloemkleuren lijken helderder en afgeknipte vaste planten maken zich op voor de tweede ronde. Opvallend in eigen tuin is in deze tijd van het jaar de opkomende bloei van de leden van de familie van de composieten, de samengesteldbloemigen, zoals Kalimeris, Eupatorium, Helianthus en Aster. Gedurende een lange periode zetten zij in de zomer hun stempel op mijn tuin. Ik ben vooral gecharmeerd van Kalimeris. Het is een vaste plant die heel veel weg heeft van Aster. Ze hebben een mooie, volle groeiwijze en bloeien zonder ophouden vanaf half juni tot diep in september. Ze dijen uit, maar zijn in tegenstelling tot sommige asters absoluut niet woekerend en hebben totaal geen last van droogte, meeldauw of de ‘vallende ziekte’. Kalimeris incisa ‘Madiva’ is 70 cm hoog en bloeit met lichtpaarse tot witte bloemen. Kalimeris incisa ‘Nana Blue’ is met zijn 30 cm veruit de laagste soort en is een aanwinst voor in de border. Kalimeris doet het door zijn eenvoudige verschijning goed in combinatie met andere vaste planten. Ook Aster x frikartii ‘Mönch’ is zo’n plant; met zijn rijke bloei en grote bloemen is deze herfstaster de aanschaf meer dan waard. In een innige omhelzing met een dieproze Phlox zorgt hij in mijn tuin voor een schitterend plaatje. Tijdens de Nationale Zomerbloemententoonstelling van 28 – 31 augustus a.s. in de Oude Kerk in Naaldwijk staat dit jaar toevallig de familie der composieten centraal. Het is een van de omvangrijkste plantenfamilies ter wereld. Hét kenmerk van deze familie zijn de sterk gereduceerde bloemen die in bloemhoofdjes bijeen staan. Het thema van de tentoonstelling is: ‘Kroonjuwelen’. Ik ben benieuwd hoe de composieten binnen dit thema gestalte zullen krijgen.

Anneke

T @blikopdetuin

Blik op de tuin – Vragen kunt u stellen via: info@westland.groei.nl; activiteiten van Groei en Bloei afdeling Westland vindt u op: westland.groei.nl.

Blik op de tuin: week 29

Over rode rozen en Ceropegia

Stekkie van Jan

Stekkie van Jan

Hij wilde harten op zijn kist, harten met rode rozen en vooral door mij zelf gestoken. Waarom? Omdat op zijn kaart de tekst zou komen die op de muur in het Antoni van Leeuwenhoek Ziekenhuis staat geschreven: ‘Licht, dat niet dooft, liefde die blijft’. De rode rozen zouden symbool staan voor de liefde, maar het licht, hoe moesten we dat symboliseren? Ik hoefde niet lang na te denken. Ik herinnerde me ineens het plantje, dat ooit onderdeel uitmaakte van mijn bruidsboeket: het Chinese lantaarnplantje, Ceropegia woodii. Ceropegia is een lid van de (sub) familie van de Asclepiadoideae. Deze wintergroene succulent (vetplant) komt van oorsprong uit Zuid-Afrika, Swaziland en Zimbabwe. Hij heeft wortelknolletjes waaruit stengels groeien die als een waterval naar beneden kletteren. Aan deze stengels groeien zilvergrijze, hartvormige blaadjes van ongeveer 1 tot 2 cm groot en bloemen die lijken op kleine Chinese lantaarns. De soort is in 1881 in Natal ontdekt door John Medley Wood, de hortulanus van de botanische tuinen van Durban. De planten hingen daar langs rotsen op een hoogte van ongeveer 600 meter. Via de botanische tuinen van Kew in Engeland is het plantje in Europa geïntroduceerd. Ongeveer 30 jaar geleden was deze Ceropegia een populair hangplantje voor in huis, maar hij was daarnaast ook vaak terug te vinden in bruids- en ander bloemwerk. Het is een makkelijke plant die naast veel licht, van tamelijk droge grond houdt. Alleen in de groeiperiode is het belangrijk om regelmatig wat water te geven. Maar het plantje dat ongeveer dertig jaar geleden zo populair was, leek nu in de vergetelheid geraakt. Er ontstond er een zoektocht van zeker een week. Een vriend, expert op het gebied van cactussen en vetplanten nam het voortouw. De missie was moeilijk en resulteerde er uiteindelijk in, dat hij, toen de tijd daar was, zijn eigen en enige exemplaar voor het bestemde doel bij me thuis kwam brengen….U zult begrijpen hoe blij ik met dit gebaar was en ben. Twee bloemenarrangeurs pur sang die ik later nog sprak, beaamden beiden de enorme populariteit van het plantje en begrepen na mijn uitleg ook de achterliggende symboliek. Gelukkig is de Ceropegia nog in tact en heeft alleen maar wat van zijn langste haren verloren. Het plantje is weer terug bij zijn eigenaar. Hij heeft beloofd wat stekjes voor me te maken….
Ik draag deze column op aan mijn overleden lief en bedank iedereen voor het meeleven gedurende de periode, waarin Clemens tegen zijn ziekte vocht!

Anneke

T @blikopdetuin

Blik op de tuin – Vragen kunt u stellen via: info@westland.groei.nl; activiteiten van Groei en Bloei afdeling Westland vindt u op: westland.groei.nl.

Blik op de tuin: week 28

Het land van duizendknopen en meer!
naamloos

Vorige week is een groep Groei & Bloeiers van onze afdeling naar het land van duizendknopen geweest. Ik wist voorheen niet waar het lag, maar het is een verwijzing naar de tuin van de Belgische tuinarchitect Chris Ghyselen. Chris woont aan de Tinhoutstraat 36 in Oedelem in de provincie West-Vlaanderen in België. Hij ontwerpt en creëert tuinen en borders vanuit een passie voor design, vormen én planten. Naast het ontwerpen, test Chris daarom dan ook ongewone planten en bloemen en heeft hij vooral een passie voor nieuwe kruisingen en bijzondere vormen van duizendknoop of wel Persicaria. Persicaria is een vaste tuinplant en stond nog niet zo lang geleden bekend als Polygonum. Bij alle duizendknopen zijn de knopen op de stengels opvallend aanwezig. Voor wie niet weet wat een knoop is: een knoop of nodium is een min of meer verdikte plaats aan de stengel van een plant, die zich vooral daar bevindt, waar de bladeren aan de stengel zitten. Soms is deze plek rood verkleurd. De stengel van de meeste persicariasoorten is hol. De vele wilde leden van deze familie zijn te vinden op het noordelijk halfrond, zelfs in ons eigen land, zoals P. maculosa, het wilde perzikkruid. Persicaria is een makkelijke plant en vooral de hoge soorten, zoals Persicaria amplexicaulis, zijn populair. De purperrood bloeiende Persicaria amplexicaulis was door zijn goede eigenschappen, in 2011 in Duitsland, zelfs plant van het jaar. P. amplexicaulis telt trouwens een aantal interessante cultivars, zoals ‘Firetail’, ‘Inverleith’, ‘Blackfield’ en ‘Rosea’, die zich uitstekend laten combineren met hoge grassen. Door hun lange bloeitijd van juli – september zijn ze een welkome aanvulling in de border, vooral als u ergens een gat te vullen heeft. In tegenstelling tot andere familieleden, zoals Fallopia, Japanse duizendknoop is Persicaria geen woekeraar. Ze stoelen wel uit, bloeien lang en verdragen over het algemeen elke grondsoort. Zelf vind ik, naast deze soort, Persicaria bistorta ‘Superba’ een heel mooie duizendknoop. Deze soort behoort, omdat hij in de periode mei – juni bloeit, tot de vroegbloeiende. Hij heeft grote lichtroze bloemen, die vooral in de zon een aandachtstrekker zijn. Deze plant kan een hoogte van tussen 60 – 80 centimeter bereiken. Een lagere bodembekkende soort is Persicaria affine. Deze plant is wintergroen en bloeit tussen juli en september met een hoogte van 25 centimeter.
Ik had graag het reisje zelf ook meegemaakt. Door persoonlijke omstandigheden is dit helaas niet gelukt, maar ik ga zeker zelf nog een keer naar het land van duizendknopen!

Anneke

T @blikopdetuin

Blik op de tuin – Vragen kunt u stellen via: info@westland.groei.nl; activiteiten van Groei en Bloei afdeling Westland vindt u op: westland.groei.nl.

Blik op de tuin – week 27

Een van de vele lathyrussen!

Een van de vele lathyrussen!

Klimmers naar de top

Naast bomen kunnen ook klimplanten een belangrijke bijdrage leveren aan de invulling van het beplantingsplan in de tuin. Verticale beplanting, een andere naam voor klimmers, kan in kleinere tuinen als groene wandbekleding een welkome aanvulling zijn, vooral wanneer er weinig ruimte voor hogere struiken is. Al slingerend om een pergola of rozenboog creëert u er hoogte mee en afhankelijk van de plaats zelfs diepte. Klimplanten komen voor in veel verschijningen en de keuze is daarom groot. Er zijn wintergroene bladplanten als Hedera, maar ook mooie herfstverkleurende en bladverliezende zoals Parthenocissus tricuspidata ‘Veitchii’, de wilde wingerd. Ramblers, zoals Rosa ‘Francis E. Lester’ klimmen zonder problemen, in een aantal jaren, naar de top van de oude sierappel, zoals bij ons in de tuin. Ook Rosa ‘Guirlande d’Amour, een van mijn favoriete klimrozen kan door zijn explosieve bloei voor een waar spektakel zorgen. Tegen muren of lelijke bouwwerken doen klimmers het ook goed en hetzelfde geldt voor combinaties van klimmers, zoals rozen, kamperfoelie en Clematis. Gewillig vlechten Clematis texensis ‘Princess Diana’, een prachtige tulpvormige, dieproze Clematis en de wintergroene Lonicera henryi ´Copper Beauty´ zich om de toegangspoort naar de zijtuin. Het allerbelangrijkste is echter om de juiste klimmer voor de juiste plaats te kiezen. Want niet altijd kan een gewenste klimmer daar waar u hem het liefst zou hebben. Een dergelijk probleem had ik, toen de lathyruszaadjes die ik tijdens de workshop van februari had gezaaid, groot genoeg waren om uit te planten. Omdat Lathyrus odoratus van een zonnige standplaats houdt en ik eigenlijk geen zin had om ze tegen een klimconstructie in een grote pot te zetten, wist ik eigenlijk niet waar ik ze in de tuin moest planten. De plekjes op de meest zonnige locaties waren al ingenomen door vaste bewoners en met te weinig zon zouden ze ook niet echt tevreden zijn. Met een groot vraagteken op mijn hoofd, wees een vriendin me op het gazen hek langs de oprit. Weliswaar buiten de beschutting van de achtertuin, maar wel op een prima plekje in de zon. Tot volle tevredenheid groeit de Lathyrus tegen de klippen op naar de bovenkant van het hek. Ze groeien en bloeien dat het een lieve lust is en aan netjes aanbinden, zoals de heren van de lathyrusvereniging hadden verteld, kom ik niet toe, laat staan aan dieven en de boel ‘ontsnorren’ (hechtranken te verwijderen). Eerlijk gezegd vind ik het allemaal best, zolang ik maar elke dag een bosje lathyrus kan plukken!

Anneke

T @blikopdetuin

Blik op de tuin – Vragen kunt u stellen via: info@westland.groei.nl; activiteiten van Groei en Bloei afdeling Westland vindt u op: westland.groei.nl.