Blik op de tuin: week 24 – 2012

Akelei...jammer nu al weer uitgebloeid!!

Een akelei hoort erbij!

Als u mij door het tuinseizoen heen vraagt, welke plant ik in de tuin niet zou willen missen, dan zou ik niet direct op de akelei komen. Maar nu het de periode (mei/juni) is waarin de akelei bloeit, ben ik een andere mening toegedaan. In mijn tuin bloeien zeker tien verschillende soorten akelei: van heel lichtblauw tot roze met geel. Het grappige is dat als u eenmaal akelei in de tuin hebt staan, u deze op alle mogelijke plekken terug zult vinden. In ieder geval stoort de akelei zich niet aan de eigenaar van de tuin en gaat, ongeacht het beplantingsplan, waarmee u werkt, staan waar hij wil. U zult nu wel begrijpen, dat akelei eenvoudig uitzaait, daar komt nog bij, dat akelei ook niet altijd in dezelfde kleur terug komt. Dit komt omdat akelei onderling makkelijk kruisen. Het is hierdoor ook niet altijd even eenvoudig om vast te stellen met welke variëteit we in de tuin te maken hebben. In ieder geval kent de sierlijke akelei (Aquilegia) vele bloemvormen en kleuren. De meeste akelei’s hebben bloemen met kroonblaadjes in de vorm van een trechter en lange kelkblaadjes met daaraan een spoor, dat meestal gekromd is. Daarnaast bestaan er ook gevuldbloemige akelei’s, zoals Aquilegia vulgaris ‘Black Barlow’ met zwartpaarse bloemen. In mijn eigen tuin kwam ik tot mijn verrassing Aquilegia ‘Tower Dark Blue’ tegen; een akelei met kleine pompoenvormige bloemen en ook Aquilegia ‘Tower Light Blue’. Ik kan me niet herinneren dat ik ze ooit geplant heb, maar dat maakt me niet uit. Het zijn prachtige bloemetjes en ik kan begrijpen dat schilders in voorgaande eeuwen de schoonheid van akelei op het doek hebben willen vastleggen.

Akelei bloeit in mei en juni, combineert zonder problemen met andere planten in uw tuin en vormt o.a. mooie combinaties met vrouwenmantel, Alchemilla mollis en tuingeranium, zoals Geranium phaeum. Het is een vaste plant die oorspronkelijk in Europa in het wild voorkomt. Volgens de geschiedschrijving is de plant al in de late Middeleeuwen in cultuur gebracht en dat is gezien het bovenstaande niet verwonderlijk. Ze komen zowel in de alpen als in Amerika voor en hebben hoogtes die variëren tussen 35 en 100 centimeter. In de border staan ze het liefst in de halfschaduw of in de zon op enigszins vochtige grond. Wilt u zich eens laten verrassen koopt u dan in het voorjaar eens een zakje gemixt zaad en strooi het in uw border!!

Anneke

T @blikopdetuin

 

Blik op de tuin: week 23 – 2012

Afwachten en dagen tellenx85

Met het passeren van de eerste dag van juni is de meteorologische zomer van 2012 een feit. Ik ben benieuwd of de zomer net zo grillig zal verlopen als de seizoenen er aan voorafgaand. Een kleine terugblik: terwijl de winter tot eind januari zeer zacht was viel uiteindelijk aan het einde van januari de vorst in en was er zelfs sprake van een officiële koudegolf in het begin van februari. De schrik sloeg me om het hart toen na een kwakkelende winter met hoge temperaturen de vorst genadeloos toesloeg. Veel struiken stonden door de hoge temperaturen op springen. Camelia’s en Ceanothus hadden dikke knoppen of stonden al in bloei, zelfs narcissen presteerden het om al in januari tot bloei te komen; zeer ongewoon allemaal. En geweten hebben al die struiken hetx85het was een waar slagveld. Ingevroren takken, bruine knoppen en sommige struiken leken zelfs totaal naar de knoppen. Ik heb echter ooit geleerd niet direct te wanhopen en een struik pas te ruimen na afloop van de lente en dat wachten heeft gewerkt.

In mijn eigen tuin waren mijn Amerikaanse seringen, Ceanothus, het meest aangeslagen door de vorst. Ceanothus is een groenblijvende of bladverliezende struik, die over het algemeen redelijk winterhard is, tot ongeveer -10 xb0C. Ceanothus is als leiplant, bodembedekker of kuipplant te gebruiken. Verder kunt u deze heester het best op een plaatsje op het zuiden of zo beschut mogelijk planten. De soorten in mijn tuin staan redelijk beschut, maar zagen er na de vorstperiode onooglijk uit. Het wintergroene blad was bruin en uitgedroogd; een koopman zou er geen kwartje meer voor hebben gegeven. Eerst heb ik de krasproef toegepast: door een stukje van de bast van een tak af te schrappen, kunt u zien welke kleur er onder zit. Groen betekent, dat de struik nog leeft, is de tak bruin dan is de kans groot, dat de struik onder het paard zijn buik is. Weest u gerust: afhankelijk van de soort zegt dit ook niet altijd alles! Nadat ik had geconstateerd, dat er nog genoeg leven in de struiken zat, heb ik ze teruggesnoeid en de boel afgewacht. Tijdens het koude weer in april was er nog weinig te zien, maar nu bij het ingaan van de zomer ziet het er allemaal weer rooskleuriger uit. Eigenlijk zijn alle vier de soorten langzaam in het blad aan het komen. Het is nog niet echt een fraai gezicht, maarx85iedereen verdient een tweede kans, toch?

Anneke

T @blikopdetuin

Vragen kunt u stellen via: info@westland.groei.nl; activiteiten van Groei en Bloei afdeling Westland vindt u op: westland.groei.nl.

 

 

 

 

Blik op de tuin: week 22 – 2012

Over tulpenbollen en suikerbieten

Tijdens de afgelopen editie van Keukenhof in Lisse was ik gastvrouw in het paviljoen waar veel over de historie van de tulp te vinden is. Tijdens een van de laatste dagen kwam een Nederlands sprekende heer op leeftijd, die tegenwoordig in de USA woont, met een opmerkelijke vraag in het paviljoen. Hij vroeg me of ik wist welke tulpensoort als voedsel diende tijdens de Tweede Wereldoorlog. Hij woonde als kind in de oorlog in de omgeving van Lisse, waar het eten van tulpenbollen een manier van overleven was en hij was in de veronderstelling dat één speciale tulpensoort was die toen als voedsel diende.

Het antwoord, dat als eerste bij mij opkwam was, dat het eigenlijk elke tulpenbol geweest zou kunnen zijn en niet één specifieke. Tijd om er een speurtocht op het Internet aan te wagen. Bij het intoetsen van de woorden ‘tulpen in hongerwinter’ kwam ik op de site van het Verzetsmuseum Amsterdam terecht. Het belangrijkste dat terzake op deze site te lezen valt, is dat bij het gebruik van tulpenbollen als het voedsel, het vooral belangrijk is om onbespoten bollen te gebruiken. Verder las ik er, dat tulpenbollen heel erg voedzaam zijn en dat het niet uitmaakte of ze smaakten of niet! Volgens ene dokter H. Varekamp uit Oegstgeest is de voedingswaarde van een tulpenbol namelijk 50 % groter dan die van de aardappel. Verder zijn ze, aldus dr. Varekamp, geheel en al onschadelijk voor de gezondheid.

Op deze site was zelfs een recept te vinden over de manier waarop tulpenbollen lekker klaar te maken zijn. Naast ze te poffen als tamme kastanjes, doen tulpenbollen het ook uitstekend in de soep. Verder zijn ze goed te bakken of in een stamppot te verwerken. Gekookt zijn ze zelfs al in 7 minuten gaar; dit in tegenstelling tot aardappels, die er gemiddeld 15 tot 20 minuten over doen.

Naast aardappels aten de mensen in de hongerwinter ook veel suikerbieten. Tulpen vond men echter over het algemeen ‘’lekkerder’’. De tulpenbol was door de consumptie ervan hét symbool voor de malaise van de hongerwinter.

Over de gegeten tulpensoorten kon ik niets vinden. Wel las ik, dat ze juist door de stagnerende uitvoer als voedsel beschikbaar kwamen. Ik denk dat de soort niet terzake deed, zolang ze maar onbespoten waren! Het kan natuurlijk best zo zijn dat een bepaalde soort veel is gegeten, omdat deze juist in de oorlogsperiode veel zijn geteeld! Wie het weet, mag het zeggen?!

Anneke

T @blikopdetuin

Toch liever zo... dan in de pan!

Vragen kunt u stellen via: info@westland.groei.nl; activiteiten van Groei en Bloei afdeling Westland vindt u op: westland.groei.nl.