Blik op de tuin: week 21 – 2012

Een blik in de Serres

De Serres van Laken

Ik had de eer om na het bezoek aan het Arboretum in Kalmthout ook nog een bezoek aan de koning en koningin van België te brengen d.w.z. aan hun prachtige serres in Laken/Brussel. De Koninklijke Serres van Laken/Brussel zijn ruim 100 jaar geleden door Leopold II aangelegd en sloten/sluiten uitstekend aan bij het in klassieke stijl gebouwde Kasteel van Laken. Voor deze serres liet Leopold vanuit zijn privé-kolonie Kongo, maar ook uit China, Indië en Brazilië, de meest bijzondere planten aanvoeren. Een aantal hiervan zijn nog steeds in de serres aanwezig. De huidige beplanting is aangepast aan de geest uit die tijd.

De Koninklijke Serres bestaan uit een complex van 36 kassen verbonden door glazen gangen, die gevuld zijn met allerlei exotische en zeldzame gewassen, maar ook meer bekende bomen en planten. De kassen zijn uitgevoerd in metaal en glas, wat in die tijd zeer vernieuwend was. Ze zijn een typerend voorbeeld van art nouveau (Jugendstil), een kunststroming die tussen 1890 en 1914 populair was.

Ieder jaar in de lente stelt de Belgische koninklijke familie, gedurende een drietal weken, de serres open voor het publiek. Dat we niet de enigen waren die deze groene ‘schatkamer’ van de koning wilden bezoeken, bleek uit de gigantische rij voor de entree van de serres. Toch was het wachten meer dan de moeite waard.

In de serres wandelden we, soms stapvoets, door glazen gangen met plafonds vol hangende Pelargonium, Fuchsia en planten, als hertshoornvaren, hortensia‘s, Medinilla magnifica, orchideeën en de pantoffelplant. Muren waren volledig bedekt met varens, ruimtes gevuld met azalea’s en een orangerie met eeuwenoude sinaasappelbomen. De dwarse doorkijkjes op de gangen waren doordacht. Een van de meest in het oog springende serres was de serre met aan het einde van de zichtlijn een wit marmeren beeld van een vrouwenfiguur met hond, waar een pad van mos naar toe liep. De borders in deze serre waren gevuld met begonia’s, varens en palmen; een streling voor het oog.

De zogenaamde Kongo serre is letterlijk en figuurlijk een van de “hoogtepunten”: een constructie van glas en staal van 30 x 30 meter met voornamelijk palmbomen. Maar ook de wintertuin met een diameter van 57 meter en een hoogte van 25 meter is indrukwekkend. Helaas was het door de massale opkomst van veel Belgen en andere nationaliteiten niet mogelijk om op het gemak al dit moois te bewonderen, maar genoten hebben we welx85!

Anneke

T @blikopdetuin

Vragen kunt u stellen via: info@westland.groei.nl; activiteiten van Groei en Bloei afdeling Westland vindt u op: westland.groei.nl.

 

 

Blik op de tuin: week 20 – 2012

Een kleurige verjaardag

Eind april was ik in het Arboretum Kalmthout in België. In deze schitterende bomentuin groeien en bloeien, naast een bijzondere collectie bomen en coniferen, veel andere plantenverzamelingen. Niet alleen zijn er allerlei soorten rozen te vinden, maar ook Japanse azalea’s, rododendrons, Magnolia, Japanse esdoorns en toverhazelaars. Hiermee is het arboretum één van de beste plantentuinen van Europa.

Veel aandacht is er ook voor vaste planten en in het voorjaar bloeien in de borders allerlei bolgewassen. Dit jaar staat in de periode van 1 april tot en met 31 mei de tulp centraal. 2012 is namelijk een bijzonder tulpenjaar voor België. Nu zult u denken, wat moeten die Belgen met de tulp? Die is toch van ons? Niets is minder waar. Van oorsprong is de tulp noch uit Nederland, noch uit België en zelfs niet uit Turkije afkomstig. De tulp komt uit het Tian Shan gebergte, dat ligt aan de Westgrens van China, de Zuidoost hoek van Kazachstan en ten Oosten van Kyrgyzstan. Dit gebied maakte ooit onderdeel uit van het zogenaamde Ottomaanse Rijk. Vanwege deze herkomst was er zelfs een Ottomaans tulpenfeest in het weekend van mijn bezoek.

De tulp kwam daadwerkelijk pas rond de 10e eeuw (na Chr.) aan in Turkije en is van daaruit vele eeuwen later via Wenen in Europa terecht gekomen. Voor België was het dit jaar precies 450 jaar geleden dat de eerste vracht tulpenbollen in Antwerpen aankwam t.w. in 1562. Ruim 30 jaar later bracht Carolus Clusius, de eerste hortulanus van de Hortus in Leiden de tulpenbol mee naar ons land.

In het Arboretum was, ter gelegenheid van deze verjaardag, in het grasveld van het historische Vangeertenhof door de Nederlandse tuinarchitect Ronald van der Hilst een speciale tulpentuin aangelegd. Dit is het gedeelte van het arboretum dat vernoemd is naar de grondlegger van Arboretum Kalmthout, de plantenkweker Charles van Geert. Van Geert legde de basis voor het arboretum toen hij in 1857 het terrein ging gebruiken als proefveld voor zijn kwekerij.

Als inspiratie voor de tulpentuin gebruikte van der Hilst een oude plattegrond van de voormalige plantenkwekerij. Door gebruik te maken van rechthoeken en diagonale lijnen zijn er vlakken met tulpen ontstaan op grootte, kleur en variëteit. Naast allerlei prachtige cultivars zijn er ook meer dan 30 soorten botanische tulpen verwerkt. Deze vaak piepkleine tulpjes moet u van heel dicht bij bekijken en om ze op de gevoelige plaat vast te leggen zult u daarom diep door de knieën moeten!

Anneke

T @blikopdetuin

Vragen kunt u stellen via: info@westland.groei.nl; activiteiten van Groei en Bloei afdeling Westland vindt u op: westland.groei.nl.

 

Blik op de tuin: week 19 – 2012

Hofwijck, een Voorburgs paradijs naar Gods beeld

2012 is uitgeroepen tot het Jaar van de Historische Buitenplaats. In voorbije eeuwen telde Nederland ongeveer zesduizend grote en kleine buitenplaatsen. Hiervan zijn er ca. 600 buitenplaatsen bewaard gebleven. U kunt ze door het hele land aantreffen. In Voorburg is Hofwijck, de buitenplaats van Constantijn Huygens, een van de grootste dichters uit de Gouden Eeuw, te vinden. Een buitenplaats diende meestal als zomerverblijf voor rijke en voorname stedelingen. Door de stank en drukte van de stad trokken ze zich daar graag in de zomer terug.

Tijdens de laatste open museumdagen was Huygensmuseum Hofwijck opengesteld. De bezoekers konden tijdens een rondleiding kennis maken met deze historische plek. De naam van de buitenplaats is toepasselijk en verwijst letterlijk en figuurlijk naar het doel ervan. Hofwijck was, voor Huygens, bedoeld als een hof (tuin) en om het drukke Haagse hof der Oranjes te kunnen (ont)wijcken (wijck = plek). Huygens was namelijk secretaris van een aantal prinsen van Oranje.

Met de hulp van Jacob van Campen, o.a. de architect van het Paleis op de Dam, ontwierp hij zijn buitenplaats als een paradijs naar Gods beeld. Hij zag zijn domein als een levenshof en beeldde dit uit door de vorm van het menselijke lichaam in de grondlijnen van de buitenplaats te gebruiken. Het huis met vensters als oren, neusgaten en ogen stond voor het hoofd, symmetrisch geplaatste lanen met lange rijen bomen vormden de benen, armen en schouders en de boomgaard stond voor de borstpartij. Omdat het plan in de juiste menselijke verhoudingen moest zijn is het huis relatief klein t.o.v. de tuin; het huis is gebouwd in een vijver direct naast de Vliet.

Door de eeuwen heen is de buitenplaats diverse malen aan de sloophamer ontsnapt. In 1849 heeft Groen van Prinsterer, een bekende staatsman, Hofwijck zelfs gekocht, omdat hij vond dat de herinnering aan Huygens niet mocht verdwijnen. Door de aanleg van het spoor is ook nog een groot deel van de tuin geamputeerd. Sinds 2004 is Hofwijck weer in zijn ware glorie te bewonderen: de historische padenstructuur volgens Huygens’ ontwerp uit 1640 is hersteld en ook de beplanting is zoals in het beplantingsplan uit die tijd. Het is een echte nutstuin. De boomgaard is gevuld met kleinfruit en fruitbomen en alle planten in de tuin hebben zo hun eigen functie. Nu bloeiden er stinzenplanten en waren de haagbeuken nog kaal, maar in de zomer als de rozen bloeien en de hagen groen zijn zal Hofwijck weer een waar paradijs zijn.

Anneke

T @blikopdetuin

Vragen kunt u stellen via: info@westland.groei.nl; activiteiten van Groei en Bloei afdeling Westland vindt u op: westland.groei.nl.

 

 

Blik op de tuin: week 18 – 2012

Prachtige Frittilaria imperialis

Verliefd op de lente

Het is in de regel zo, dat je als inwoner van Nederland in je leven drie keer een bezoek aan de Keukenhof brengt. De eerste keer is dat meestal aan de hand van je ouders, de tweede keer met je kinderen en de derde keer, als het leven vriendelijk voor je is, als opa of oma! Het leuke hierbij is ook, dat je elk bezoek aan Keukenhof weer anders beleeft. Dat komt niet in het minst door de visuele groei die het park jaarlijks doormaakt. Knap hierbij is, dat de hoofdontwerper, Jasper v.d. Zon, ieder jaar opnieuw een ander ontwerp voor de beplanting bedenkt. Dit plan is zo uitgekiend, dat bezoekers gedurende de hele openstelling van het park van bloeiende bolbloemen kunnen genieten.

Naast de prachtige lentebloemen kunt u als bezoeker ook kennis maken met diverse tuinstijlen. De basis van Keukenhof is de Engelse landschapstuin die door vader en zoon J.D. en L.P. Zocher, de ontwerpers van o.a. het Amsterdamse Vondelpark, is ontworpen. Schitterend zijn hier de waterpartijen en de oude bijzondere bomen. Interessant is verder de ommuurde tuin met historische bolgewassen. Hier is de beeltenis te vinden van Carolus Clusius, de vermaarde botanicus en eerste hortulanus van de Hortus Leiden, die aan het einde van de 16e eeuw tulpenbollen mee naar ons land nam. Hij stond hierdoor aan de basis van de Nederlandse bollenteelt.

De natuurtuin, ook wel de Amerikaanse tuin, is ook een bezoekje waard. Hier vindt u een bijzondere combinatie van bollen, heesters en vaste planten, waarvan velen hun oorsprong vinden in Noord-Amerika. Er groeien bolgewassen als de blauw bloeiende Camassia, een prima bolgewas om de lente mee te verlengen en Erythronium, hondstand. De grappige Nederlandse naam verwijst naar de vorm van de bol, die lijkt op de hoektand van een hond. Een mooie cultivar is Erythronium ‘Pagoda’. Plant u hondstand ongeveer 10 cm diep, zodat de bollen in de zomer niet uitdrogen en in de winter niet bevriezen.
Een ander mooi gedeelte van Keukenhof is de Japanse tuin met zijn esdoorns, azalea’s en magnolia’s. In dit gedeelte kunt u de ’hand’ terug vinden van Plantentuin Esveld uit Boskoop, die bij de reconstructie van deze tuin betrokken is geweest. Hier is sprake van een balans tussen de rust van een Japanse tuin en de aandacht voor bloembollen. Al met al is Keukenhof een plek om verliefd op de lente te worden (tot en met 20 mei a.s.).

Anneke

T @blikopdetuin

Vragen kunt u stellen via: info@westland.groei.nl; activiteiten van Groei en Bloei afdeling Westland vindt u op: westland.groei.nl.

 

 

 

 

Blik op de tuin: week 17/2012

Ponga en wintertuinen

Varens doen het op half tot diepe schaduwplekken in de tuin vaak uitstekend. Wat veel mensen niet weten is dat de verscheidenheid aan varens enorm is. Varens komen veel voor in de bossen van Nieuw-Zeeland. Een van deze soorten: de mamaku, kan zelfs een hoogte van 20 meter bereiken. De zilvervaren, Cyathea dealbata is, door zijn exotische en mysterieuze verschijning, een van de bekendste symbolen van het land en is onder andere op de shirts van het nationale rugbyteam ‘All Blacks’ terug te vinden. De zilvervaren komt vooral voor op het Noordereiland en behoort, evenals Dicksonia, tot de boomvarens. De Maori hebben er de naam Ponga aan gegeven. Boomvarens zijn echte oerplanten en bestaan al miljoenen jaren. De (inheemse) zilvervaren, een van de mooiste onder de boomvarens, heeft frisgroene bladeren met een opvallende zilveren onderkant. De stam kan een hoogte van meer dan 10 meter bereiken en een diameter van 45 centimeter. De Maori gebruikten het licht van de maan en deze zilveren onderkant om elkaar in de nacht de weg te wijzen. Overdag deden zij dit door een varenblad in het midden om te draaien.

Veel van de 200 inheemse varensoorten, waarvan er 80 alleen in Nieuw-Zeeland te vinden zijn, groeien in het Fernhouse van de Wintergardens van het Auckland Domain, een prachtig park nabij het centrum van Auckland. In dit park is ook het indrukwekkende museum van Auckland gehuisvest. Ik heb er mijn ogen uitgekeken. Naast piepkleine soorten, zoals gracieuze venushaar, Adiantum, vindt u hier de majestueuze koningsvaren, Marattia salicina en ook vele Dicksonia-soorten.

De wintertuinen zijn eveneens de moeite waard. Ze bestaan uit twee kassen die van elkaar gescheiden zijn door een binnenplaats. De kassen dateren uit het begin van de twintigste eeuw, net voor de eerste wereldoorlog en staan onder monumentenzorg. De vijver van deze formele binnenplaats herbergt prachtige waterlelies en lotusbloemen, die toevallig net bloeiden. In de tropische kas zijn planten uit alle tropische gebieden van de wereld te vinden, zoals een bananenboom, een cacaoboom en soorten die wij thuis als kamerplant kennen. In het zogenaamde ‘Cool House’ groeien planten uit meer gematigde streken, zoals gladiool, Dahlia en allerlei vaste planten. De opstelling van al deze planten was een lust voor het oog en deed me denken aan de Nationale Zomerbloemententoonstelling in de Oude Kerk in Naaldwijk. Wilt u ook eens botanisch worden verrast, dan is een bezoek aan Nieuw-Zeeland, botanisch gezien, zeker een aanrader!

Anneke

T @blikopdetuin

Vragen kunt u stellen via: info@westland.groei.nl; activiteiten van Groei en Bloei afdeling Westland vindt u op: westland.groei.nl.