Blik op de tuin – week 51/2010

IMG_6679 
Een mysterieuze verschijning

Zo in de donkere dagen voor kerst is het leuk om aandacht te besteden aan oude tradities en gebruiken. Daarom stond bij de laatste thema-avond van Groei & Bloei afdeling Westland de maretak in de schijnwerpers. Iemand die daar veel van weet, is Ad van der Maden uit Den Hout, de maretakkenman. Met pet op en klompen aan maakte Ad zijn entree om als boer een van de gebruiken uit vroegere tijden uit te beelden. Vroeger hingen boeren namelijk maretak aan de balken in de stal om het kwaad uit de stallen te weren. De maretak, Viscum album, komt in ons land vooral voor in een gebied ten zuiden van Sittard, dat via het Geuldal richting de Belgische voerstreek loopt. De maretak is een beschermde plant, die op de rode lijst voorkomt. In ons land komt maretak meestal voor op bomen als lijsterbes, populier en appel. Deze maretak is niet het enige lid uit de familie van Loranthaceae. Hij heeft echter 1300 familieleden. De belangrijkste soorten uit deze familie zijn: de Europese maretak en de Amerikaanse maretak, die op loofbomen voorkomen en de dwergmaretak, die op naaldbomen groeit. Op Euphorbium, een plant die wij als kamerplant kennen, groeit de kleinste soort: Viscum minimum. Naast de witte zijn er ook soorten met groene bessen en rode bessen. Wat de maretak, een halfparasiet, vooral mysterieus maakt is zijn groeiwijze. Als het zaadje uit de bes van de maretak door een vogel is achtergelaten, dringt het bij gunstige omstandigheden, via een boorworteltje de stam van de boom binnen. Na ongeveer een jaar verspreiden de wortels zich steeds verder in de boom. Dan ontwikkelen zich ook de blaadjes op de stam, die een gaffelvormige (gevorkte) groei vertonen.

Gebiologeerd door dit fenomeen, wilde Ad zelf ook weleens proberen om maretak te kweken. Na zich volledig in de materie te hebben verdiept, is hij begonnen met de eerste proeven te zetten. Uiteindelijk is het hem gelukt. Tegenwoordig kweekt hij op zijn kwekerij bij zijn huis in Den Hout zijn eigen maretakken. Wilt u ook een boom met maretak dan kunt u die bij Ad op de kwekerij kopen. Voor meer informatie kunt u surfen naar www.maretakkenman.nl. Zoals de meeste van u wel zullen weten is het kussen onder de maretak in de periode rondom Kerst wel een van de bekendste gebruiken. Hang ook een takje boven de deur, dan kunt u kussen te kus en te keur! Het hele verslag staat onder ‘Terugblik’ op westland.groei.nl

Prettige feestdagen

Anneke

Vragen kunt u stellen via: info@westland.groei.nl; activiteiten van Groei en Bloei afdeling Westland vindt u op: westland.groei.nl.

 

Blik op de tuin – week 50 / 2010

IMG_1699_resize 
Botanische tuinen in Scandinavië: Bedevaart naar Uppsala (4)

Het tuingehalte in Scandinavië bleef ons verbazen, zeker toen we in Stockholm een bezoek brachten aan de Bergius Botanische tuin. Deze tuin is vernoemd naar de broers Bengt en Peter Jonas Bergius, die in het midden van de 18e eeuw de oorspronkelijke tuin ontwierpen. De tuin ging na hun dood over naar de Bergiusstichting en diende als tuinbouwschool en proeftuin. In 1885 verhuisde de tuin naar zijn huidige locatie in Brunnsviken, Frescati in het noorden van Stockholm. Veit Wittrock was toen directeur van de tuin. Naar hem is trouwens het ‘gewone viooltje vernoemd: Viola x wittrockiana. Zijn visie op tuinieren resulteerde in een ontwerp, dat tot aan de dag van vandaag nog steeds in tact is en ook qua karakter nog steeds zijn stempel draagt. Na zijn dood zijn in de 20e eeuw nog een aantal belangrijke gebouwen aan de tuin toegevoegd. Een ervan is de prachtige Edvard Anderson Serre (1995). In deze immense serre zijn planten te vinden met een mediterraan karakter, maar ook planten uit tropische gebieden. Een ander bijzonder gebouw is het Victoria Huis, dat dateert uit 1900. Doel hiervan was om er, zoals in zovele tuinen in die tijd, de reuzenwaterlelie, Victoria amazonica te laten groeien. Dit historische gebouw is uniek in zijn soort en is van onschatbare waarde, omdat op het continent veel vergelijkbare serres, om tal van redenen zijn verdwenen. In de vijver van de serre groeit naast Victoria amazonica, ook Victoria cruziana. Victoria cruziana is iets kleiner dan Victoria amazonica, maar heeft eveneens enorme bladeren. De bladeren kunnen respectievelijk een diameter van 1.50 tot bijna 3.00 meter bereiken en ze kunnen met gemak het gewicht van een baby dragen. De reuzenwaterlelie is een nachtbloeiende plant. Elke bloem bloeit slechts twee nachten achter elkaar.

De tuin zelf is ook de moeite waard. Zo is er een kleine Japanse tuin, maar ook een rotstuin met planten uit de bergen van Azië, Noord-Amerika en Noord-Europa. Interessant zijn verder de systeembedden die de bezoekers de relatie tussen de verschillende plantensoorten laten zien. In de kruidentuin zijn planten te vinden die staan vermeld in het medische handboek dat door een van de gebroeders Bergius is geschreven. Hierin staan planten met geneeskrachtige eigenschappen, maar ook planten, die gebruikt kunnen worden om textiel te verven.

Mocht u Stockholm eens bezoeken, maak dan zeker wat tijd vrij voor deze mooie botanische tuin. (www.berginaska.se). De beste periode is juni – september, want vaak ligt er, zoals ook dit jaar, al vanaf oktober sneeuw!

Anneke

Vragen kunt u stellen via: info@westland.groei.nl; activiteiten van Groei en Bloei afdeling Westland vindt u op: westland.groei.nl.

 

 

 

Blik op de tuin – week 49 2010

Botanische tuinen in Scandinavië: Bedevaart naar Uppsala (3)

In 2007 is wereldwijd de 300ste geboortedag de Zweed Carolus Linnaeus, de Bloemenkoning, gevierd. Botanici en wetenschappers vanuit de hele wereld hebben toen een ‘bedevaart’ naar de stad Uppsala gemaakt. Uppsala is de stad waar Linnaeus een groot deel van zijn leven heeft doorgebracht en ligt ten noorden van Stockholm, het einddoel van onze reis door Scandinavië. Toen Linnaeus in 1741als hoogleraar in de Geneeskunde naar Uppsala kwam, werd hij tegelijkertijd hoofd van de botanische tuin. Deze tuin uit 1655 is de oudste botanische tuin in Zweden en naar een ontwerp van Olaus Rudbeck, een van zijn voorgangers. De tuin was echter bij zijn komst in een deplorabele staat en Linnaeus liet de tuin daarom naar zijn eigen ideeën inrichten. Om de meest gevoelige planten te bewaren liet hij een mooie oranjerie bouwen en verschillende kassen en broeikassen. Over elk stukje tuin had hij nagedacht en ieder deel had zijn eigen pedagogische doel. In die tijd groeiden er tussen 3.000 en 4.000 verschillende soorten in zijn tuin. Waar Linnaeus vooral op hamerde was het feit dat aan de basis van succesvol tuinieren kennis over de natuurlijke omgeving van planten ligt. Door zijn internationale contacten groeide zijn collectie gestaag, evenals het aantal studenten dat naar zijn inspirerende colleges kwam luisteren en kijken naar zijn botanische demonstraties. Toen na zijn dood de universiteit bij het kasteel van Uppsala een nieuwe botanische tuin aanlegde, raakte de oude tuin in verval. Gelukkig zag in het begin van de 20e eeuw de tuin de Zweedse Linnaeusvereniging het belang van de tuin in. Mede dankzij de gedetailleerde beschrijvingen en plantenlijsten van Linnaeus zelf slaagden zij er in om de tuin in zijn oude glorie te herstellen.IMG_7161_resize

Voorzien van ongeveer 1.300 soorten die ook ten tijde van Linnaeus groeiden, troffen we de tuin deze zomer aan. De tuin is in barokstijl (symmetrisch en met strakke lijnen, buxushaagjes) en is niet echt groot te noemen. Helaas was het Linnaeusklokje, Linnaea borealis, dat naar hem is vernoemd, net uitgebloeid. Toch was het heel bijzonder om hier te zijn en door de rondleiding in het Linnaeusmuseum, het huis waarin Linnaeus ooit woonde, kwam het verhaal over de persoon Linnaeus nog meer tot leven. De vertelde anekdotes, de gebruiksvoorwerpen en schilderijen en de door hem zelf opgezette dieren zorgden voor een mooi beeld van Linnaeus als wetenschapper, maar ook als echtgenoot en vader. Volgende week: de Bergius Botanische tuin.

Anneke

Vragen kunt u stellen via: info@westland.groei.nl; activiteiten van Groei en Bloei afdeling Westland vindt u op: westland.groei.nl.

 

 

 

Blik op de tuin – week 48/ 2010

IMG_7106_resize 
Botanische tuin in Scandinavië – Via Stockholm naar Uppsala (2)

Na een overnachting in Kopenhagen (zie vorige column) reden we via de spectaculaire xd6resundsbrug, die 16 km lang is, richting Stockholm in Zweden. Zweden kenmerkt zich door uitgestrekte bossen en meren en als argeloze automobilist lijk je in een zee van groen te verdrinken. Van de landen in Scandinavië is Zweden het land dat het meest met tuinieren heeft. Dat is niet voor niets, want de vorst der botanici, ook wel de bloemenkoning, Carolus Linnaeus is er geboren (1707 -1778). In 2007 is wereldwijd de 300ste geboortedag van de wellicht bekendste Zweed aller tijden gevierd. Misschien herinnert u zich nog het thema van de Keukenhof in dat jaar: ‘Linnaeus, 300 jaar Bloemenkoning’. Linnaeus, geboren in Smxe5land ging tegen de wens van zijn vader in medicijnen (biologie) studeren. In deze studie trok de botanica, de leer van planten, hem het meest aan en wel zodanig, dat hij het plan opvatte om de hele schepping in kaart te brengen en te ordenen. Uiteindelijk was dit plan succesvol, maar een ding was bij zijn dood al zeker: voltooid zou en zal het nooit worden. De resultaten van zijn onderzoek publiceerde hij in zijn wereldberoemde ‘Systema naturae’. De verschillende edities, waaraan veel van zijn latere studenten meewerkten, namen door de tijd heen in aantal en omvang toe. Terwijl de eerste uitgave 12 pagina’s was, bevatte de twaalfde en laatste uitgave 2300 pagina’s. Hierin zijn 15.000 mineralen, planten- en dierensoorten beschreven. Dat lijkt veel, maar aan het einde van de 18e eeuw berekenden wetenschappers het aantal soorten op aarde al op 1 miljoen; tegenwoordig ligt dit aantal tussen de 30 tot 40 miljoen soorten. Nadat Linnaeus in 1735 aan de universiteit van Harderwijk in de Verenigde Nederlanden promoveerde, maakte Linnaeus naam door o.a. de publicatie van zijn ‘Systema Naturae’. In 1738 keerde hij terug naar Zweden, waar hij in Stockholm een paar jaar als arts werkte. In 1741 kreeg hij in Uppsala een professoraat geneeskunde aangeboden, waardoor hij ook het hoofd van de botanische tuin werd, de tegenwoordige Linnétrxe4dgxe5rden. Het was een autorit van 800 kilometer naar Stockholm. Tijdens de rit kreeg ik steeds meer respect voor Linnaeus en zijn tijdgenoten en de manier waarop zij vroeger lange afstanden wisten te overbruggen. Van Stockholm naar Uppsala was het nog maar 50 kilometer en u begrijpt dat ik de kans van een bezoek aan Uppsala niet aan mijn neus voorbij heb laten gaan. Volgend week meerx85 Anneke