Blik op de tuin – week 25/2010

IMG_8140-1
Heerlijk, zomer!

 

Langs de wegen in het buitengebied kondigden papavers, margrieten en korenbloemen de zomer al aan. Hopelijk is de zomer van 2010 er een met veel zon en af en toe een lekkere bui en dat mag ook wel. De afgelopen meimaand was namelijk, volgens het KNMI, de koudste in bijna twintig jaar; in 1991 noteerde het instituut gemiddeld 10,0 graden. De gemiddelde temperatuur was in mei van dit jaar 10,5 graden tegen opzichte van 12,7 graden normaal (langjarig gemiddelde over 1971-2000). In de vorige eeuw kwam een meimaand met een dergelijke temperatuur ongeveer eens in de vijftien jaar voor. Tegenwoordig is dat door de opwarming van het klimaat een stuk zeldzamer.

Dat mei koud is geweest was en is in de tuin duidelijk te zien. De rozen waren in mijn tuin dit jaar bijzonder laat. Pas rond 14 juni kwamen de eerste bloemen van Rosa ‘Guirlande d’Amour’ tot bloei. Vorig jaar waren ze begin juni al uitgebloeid en nu moeten ze nog gaan knallen. Ook de David Austin rozen lieten lang op zich wachten, maar heel schuchter kwamen ook zij, begin juni, om de hoek kijken. Nu is het echter volop genieten en is het tijd om ook weer eens flink in de tuin te gaan ‘stoffen’. Sommige planten zijn zó brutaal dat ze bijna letterlijk het huis in groeien en daar moet een rechtgeaarde tuinier toch echt een stokje voor steken. Ook het onkruid tussen de stenen heeft er zin in en als je er niet op tijd bij bent, lijkt het steeds rommeliger te worden. Hetzelfde geldt voor Hedera, klimop, die onbekommerd door blijft groeien, als je hem niet regelmatig tot orde roept.

De druiven zijn inmiddels gekrent; ook daar heeft de koud van de afgelopen maand vat op gehad. De groei was duidelijk gestagneerd. Nu zit ie er gelukkig weer in en het lijkt wel of de bossen per dag centimeters groeien.

Met mijn Parijse worteltjes, mijn snijbiet, ijskruid, Alpenaardbeien en tuinbonen gaat het ook goed! Het zaad van Peter Bauwens heeft letterlijk wortel geschoten en ik heb al een piepklein Parijs worteltje geproefd; lekker hoor, groente van ‘eigen’ bodem! Maar zoals ik al schreef, je moet natuurlijk ook van al dat moois genieten. Dat was, tijdens de tuinenfiets- en wandeltochten van Groei & Bloei afdeling Westland, zeker het geval. Daar heb ik trouwens ‘Victoria Louise’ ontmoet, een roze Papaver Orientale van ongekende schoonheid, die ik ook nog wel eens in mijn tuin zou willen tegenkomen. Dus dat is zoeken geblazenx85x85.

 

Anneke

 

Vragen kunt u stellen via: info@westland.groei.nl; activiteiten van Groei en Bloei afdeling Westland vindt u op: westland.groei.nl.

 

 

Blik op de tuin: week 24 /2010

P7080050
Piet Panthus en de fabeltjeskrant (2)

 

Over de verzorging van Agapanthus, de liefdesbloem, valt veel te vertellen. Daarom was op donderdagavond 20 mei Piet Zonneveld, alias Piet Panthus (zie vorige column) door Groei & Bloei afdeling Westland uitgenodigd. Naast dat Agapanthus als kuipplant een sierraad op het terras is, kunnen ze prima in de volle grond staan. Ze groeien er zelfs nog beter. Het is wel verstandig planten in de volle grond om de vier tot vijf jaar op te nemen en te splitsen. Dit om te voorkomen dat de vorst schade aan kan richten. De wortels hebben namelijk de neiging om de plant jaarlijks wat omhoog te duwen. Planten in een pot of kuip kunt u, afhankelijk van de soort, het beste na een jaar of drie verjongen. Zaagt u tegelijkertijd ook een stuk van de onderkant van de wortelkluit af. Het verhaal, dat Agapanthus het best bekneld in een pot staat is dus klinkklare onzin en een van die fabels die Piet graag de wereld uit helpt. Het is juist verstandig om de wortels in een pot de ruimte te geven. Het verjongen kunt u het beste na de bloei doen; precies zoals op de kwekerij gebeurt. De plant kan dan nog goed nieuwe wortels maken en zo hebt u eigenlijk een seizoen winst. Een andere fabel is, dat soorten met smal blad koeler kunnen overwinteren dan soorten met breed blad. “Pure onzin” zegt Piet! Ook krijgt u uit het zaad van een cultivar nooit dezelfde soort terug! Het zaad kunt u natuurlijk wel zaaien, maar de uitkomst is onbetrouwbaar. Cultivars kunt u alleen door scheuren vermeerderen.

Half oktober is het verstandig om Agapanthus in een pot onder een afdak te plaatsen, zodat de pot droog naar binnen kan. Vanaf november is Agapanthus in rust en heeft tot ongeveer eind maart geen water nodig. Wie Agapanthus in de volle grond heeft staan kan de plant het best afdekken met een oude plastic tas, met daar bladeren, stro en zand boven op. De overwinteringstemperatuur voor Agapanthus ligt tussen de 2xbaC – 8xbaC (boven nul). Het is belangrijk dat de planten minimaal 2 maanden in deze conditie overwinteren. Wilt u meer weten? Het hele verslag is te lezen op westland.groei.nl onder Terugblik 2010/lezingen.

Tip: De open dagen (Piet Panthus dagen) op de kwekerij van Piet zijn op zaterdag 26 en zondag 27 juni en op zaterdag 10 en zondag 11 juli van 11.00 – 16.00 uur. (www.agapanthus.nl).

 

Anneke

 

Vragen kunt u stellen via: info@westland.groei.nl; activiteiten van Groei en Bloei afdeling Westland vindt u op: westland.groei.nl.

 

Blik op de tuin – week 23/2010

Over Piet Panthus en zijn liefdesbloemen (1)

 

Agapanthus is een van die kuipplanten, die in vol ornaat, bijna tropische sferen oproept. Toch lukt het niet iedereen om de planten jaarlijks in bloei te krijgen. Dat komt vooral omdat er over de verzorging van Agapanthus nogal wat fabels bestaan. Om die fabels voor altijd de wereld uit te helpen was er maar een ding mogelijk en wel Piet Zonneveld van de gelijknamige Agapanthus Kwekerij
uit te nodigen.
Op donderdagavond 20 mei was Piet Zonneveld daarom te gast bij Groei & Bloei afdeling Westland om te vertellen over zijn grote passie: het kweken van Agapanthus. Piet’s bijnaam is Piet Panthus en dat is niet voor niets, want als je op je kwekerij meer dan 400 soorten kweekt dan is een dergelijke naam wel toepasselijk. Er zijn heel veel soorten Agapanthus, die verspreid over de periode van juni tot september tot bloei komen. In hoogte kunnen ze variëren van 10 – 150 cm. De kleuren waarin ze voorkomen zijn wit en blauw tot bijna zwart. Er zijn er zowel bladhoudende als bladverliezende Agapanthus. De voorkeur van Piet zelf gaat uit naar de bladverliezende soorten, omdat die vrij gemakkelijk de winter door kunnen komen.

De Kaapse of Afrikaanse lelie houdt gezien zijn herkomst (Zuid-Afrika) van een zonnige locatie, hoe meer zon hoe beter. Qua standplaats houdt dit gewas van humusrijke, licht vochthoudende grond, waar wat zand door heen is gemengd. Aan natte voeten heeft Agapanthus een hekel, dus een goede afwatering is een vereiste. Dit geldt ook voor Agapanthus in een pot. Er moet een goed afwateringsgat in de pot zitten anders wordt de plant geel. In de winter kunnen de bladverliezende soorten tot -5xbaC verdragen en bladhoudende soorten -1xbaC; lagere temperaturen zijn funest!

Om de planten in goede conditie te houden is het verstandig om twee tot drie keer per jaar te mesten. Het advies is om mest met een lage dosering stikstof te gebruiken. Het beste is een samengestelde meststof NPK 7-14-28 (N=stikstof, P= fosfor en K=kalium). Dit is een meststof met weinig stikstof; teveel stikstof stimuleert de bladgroei en remt de bloei. Piet vertelde verder dat op het bedrijf de planten na de bloei worden gescheurd en direct als stek weer worden uitgeplant. Het is verstandig om dit ook met uw eigen planten te doen, als ze te groot zijn. Voor de winter maakt de plant dan weer nieuwe wortels aan. Omdat Piet nog veel meer te vertellen had, vindt u in de volgende column de rest van het verhaal over de liefdesbloem.

 

Anneke

 

Vragen kunt u stellen via: info@westland.groei.nl; activiteiten van Groei en Bloei afdeling Westland vindt u op: westland.groei.nlP7083957

 

 

 

 

 

Blik op de tuin – week 22/2010

IMG_0830
Over gebaren van planten en overjarige klapstoeltjes

 

Om als mens in harmonie met de natuur te leven is het belangrijk om te weten welke schatten de natuur ons biedt en hoe die toe te passen. Deze kennis is er altijd al geweest, maar door allerlei oorzaken zijn veel mensen niet meer bekend met het feit dat veel planten niet alleen een mooie sierwaarde, maar ook nog eens een geneeskrachtige werking hebben. Een reden om als Groei & Bloei afdeling Westland een excursie naar de Weledatuinen in Zoetermeer te organiseren.

De Weledatuinen liggen midden in een industriegebied in Zoetermeer en zijn een 100 % dochter van het Zwitserse Weleda, dat vestigingen over heel de wereld heeft. De filosofie van Weleda is: in harmonie met mens en natuur. Door het produceren en verhandelen van natuurzuivere, mens- en diervriendelijke middelen wil Weleda bijdragen aan de gezondheid van de mens en aan een gezonde aarde. De ingrediënten die in de lichaamsverzorgingsproducten en (zelfzorg)geneesmiddelen zijn verwerkt, zijn daarom 100 % natuurlijk en zoveel mogelijk biologisch of biologisch dynamisch geteeld.

De tuin die rondom het gebouw ligt, bestaat uit drie delen. Naast de assortimentstuin, is er de productietuin, waar Jan Graafland, de beheerder, met zijn medewerkers plantensoorten teelt die bestemd zijn voor de productie van de diverse Weledaproducten. Voor het maken van de producten is veel plantmateriaal nodig. Dit kunnen naast blad ook zaden en wortels zijn. Dit is per soort verschillend.

Als uitgangspunt maakt Weleda gebruik van de plant in zijn totaal. Planten maken met hun heilzame stoffen als het ware een gebaar en daar moet de mens met respect mee omgaan. Door de gebaren van planten te herkennen halen we, aldus Jan Graafland, de natuur naar ons toe. Eigenlijk zijn de Tuinen in Zoetermeer daar, door de locatie in een industriële omgeving, het levende voorbeeld van.

Tijdens de wandeling door de tuin vertelde Jan Graafland enthousiast over zijn werk. Bij elke plant had hij wel een leuk of informatief verhaal. Grappig waren de ‘overjarige’’ klapstoelen, die op hoge palen bij de composthoop, de aanwezige hopplanten uitdaagden een plaatsje in de hoogte te zoeken. Geestelijk gelaafd en ontspannen door de frisse wandeling gingen de deelnemers uiteindelijk naar huis, nadat ze ook nog eens verwend waren met een pakketje met weldadige proefmonstertjes. Wilt u ook een kijkje nemen in de Weledatuinen surft u dan naar www.weleda.nl – (kopjes: ‘over Weleda’ en ‘meer beleven’). Het volledige verslag is te lezen op westland.groei.nl – onder terugblik 2010.

 

Anneke

 

Vragen kunt u stellen via: info@westland.groei.nl; activiteiten van Groei en Bloei afdeling Westland vindt u op: westland.groei.nl.

 

Blik op de tuin – Het Hele Westland/week 21

 Fort Hoofddijk

 

De eerste botanische tuin van de universiteit van Utrecht is opgericht in 1639 en behoort tot een van de oudste nog bestaande botanische tuinen van ons land. De tuinen zijn door de eeuwen heen een aantal malen verplaatst, maar sinds de jaren ’80 van de twintigste eeuw zijn de tuinen te vinden rondom Fort Hoofddijk op het universiteitscomplex De Uithof. Nog steeds vindt er in de botanische tuin wetenschappelijk onderzoek plaats, maar ook voor het grote publiek is er, nog veel meer dan voorheen, veel te zien en te beleven. Voor kinderen is er zelfs een speciaal leerpad uitgezet.

De rotstuin boven op het fort, onderdeel van de Nieuwe Hollandse Waterlinie uit 1879, was het eerste onderdeel van de tuinen die inmiddels zijn uitgegroeid tot een schatkamer vol botanische zeldzaamheden. De rotstuin is opgebouwd uit 2100 ton rots uit de Ardennen en staat bekend als één van de mooiste van Europa. In het voorjaar is het er feest en staat er elke week wel iets anders in bloei. Door de verschillende ‘landschapjes’, zoals een bergbeek met waterval, een varenhelling en een puinhelling, groeien hier tal van bergplanten die zoveel mogelijk naar geografische afkomst bij elkaar staan. Planten als Trillium, Pleione, Arisarum en Arisaema hebben niet alleen klinkende namen, maar zijn allemaal te vinden op de bergachtige hellingen van deze rotstuin.

Naast de rotstuin zijn er nog meer interessante plekken in de tuinen te vinden. Prachtig is ook het Taxodiummoeras (moerascypres) waarin, toen ik er langs wandelde, reusachtige moerasaronskelken bloeiden: Lysichiton americanus en Lysichiton campschatcensis. De bladeren van deze reuzenaronskelken zijn, na de bloei, wel 90 centimeter hoog. In de thematuinen zijn de schijnwerpers dit jaar gericht op de ‘oliebronnen’ onder de planten. Er zijn talloze plantensoorten, waarvan de olie de basis is voor cosmetica, voedingsmiddelen en zelfs brandstof. Denkt u bij het laatste aan vette plantenoliën als koolzaadolie of pindaolie.

De nieuwste aanwinst in de tuinen is de Diertjestuin. Op een terrein dat omgeven is door inheemse struiken en bomen staat een enorme bijen- en wespenflat, waarvan al een aanzienlijk deel van de appartementen is ‘verkocht’. Deze flat is vooral bedoeld voor de 300 solitaire in ons land levende bijen. Het poeltje dicht bij de flat trekt allerlei waterinsecten aan en ook aan de huisvesting van kleine zoogdieren, zoals egels, padden en kikkers is gedacht. Met het oog op het internationale jaar van de biodiversiteit zou ik er, als ik u was, ook eens een kijkje gaan nemen! Zie ook t.v. beelden WOS over het maken van een insectenhotel: http://www.youtube.com/watch?v=yZqgPVraSvo

 

IMG_0711
 

Anneke

 

Vragen kunt u stellen via: info@westland.groei.nl; activiteiten van Groei en Bloei afdeling Westland vindt u op: westland.groei.nl.