Blik op de tuin – week 20/2010

IMG_6785
De literaire tuin: een tuin is meer dan dat er staat

 

Als de dagen lengen en zon volop schijnt is het heerlijk om in de tuin te werken. Vaak biedt die tuin dan zoveel inspiratie dat er altijd al mensen zijn geweest, die hun liefde voor tuin en natuur via hun pennenvruchten aan het papier toevertrouwden. Het schrijven over planten en tuinen kent al een lange geschiedenis. Vooral in Engeland, waar het tuinieren bij velen in de genen zit, spelen poëzie en proza over dit onderwerp een belangrijke rol in de literatuur. Garden writing in kranten en tijdschriften, is daar dan ook een in aanzien staand vak. In Nederland is dat nog niet het geval – enkele grote uitzonderingen daargelaten en dat is jammer. Want het lezen van boeken en gedichten over tuinen is alles behalve saai. Interessant was het daarom om de zogenaamde Clusiuslezing in Leiden bij te wonen. Deze lezingen worden jaarlijks georganiseerd door de Clusiusstichting. Deze stichting is vernoemd naar de grondlegger van de Hortus Botanicus in Leiden, Carolus Clusius, (Charles de l’xc9cluse, 1526-1609). Het doel van de Stichting is om de belangstelling te bevorderen voor de historische en culturele aspecten van de tuin, het landschap en de botanie.

Tijdens de Clusiuslezing 2010 droegen drie dichters voor uit eigen werk. Maria Barnas las voor uit haar bundel: ‘Een stad staat op’. Hester Knibbe (winnares Anna Blamanprijs 2009) las voor uit haar bundel ‘Bedrieglijke dagen en Anton Kortweg uit diverse van zijn bundels.

De Vlaamse tuinjournalist Paul Geerts, die samen met Romke van der Kaa, auteur van de jaarlijkse Tuinscheurkalender is, hield een lezing over de tuin in de literatuur. Hij ging in op het gegeven dat het met de tuinliteratuur in ons land slecht gesteld is en hier een sluimerend bestaan leidt. In de 17e eeuw was dit anders, toen dichters als Jacob Cats en Constantijn Huygens in hun gedichten tuin en natuur bezongen en tuinen nog werden gezien als het symbool van de mystiek van het leven. Tegenwoordig worden zowel tuinliteratuur als tuinauteurs helaas zelden serieus genomen. Toch zijn tuinproza en poëzie de moeite waard en vaak vol humor. Boeken, zoals Het Jaar van de Tuinier van Karel ?apek, Tuin in de branding met bijdragen van o.a. Maarten ’t Hart, Adriaan van Dis en K. Schippers zijn hier goede voorbeelden van. Ook de gedichtenbundel die door Paul Geerts zelf is samengesteld: ‘Zonder verbeelding geen tuin’, is grappig en ontroerend tegelijk! Andere tip: de Franse film ‘Dialogue avec mon jardinier’ van regisseur Jean Becker. Laat u eens verrassen!

 

Anneke

 

Vragen kunt u stellen via: info@westland.groei.nl; activiteiten van Groei en Bloei afdeling Westland vindt u op: westland.groei.nl.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Blik op de tuin – week 19/2010

IMG_0913
Patchwork en bloemenmozaxefeken

 

Midden in het grootste aaneengesloten bloembollengebied van Nederland, in de kop van Noord-Holland, ligt de gemeente Anna Paulowna. Hier organiseert men begin mei sinds jaar en dag de zogenaamde Bloemendagen. Naast de vele met narcissen versierde straten en bruggen zijn hier dan meestal rond de honderd bloemenmozaxefeken en objecten te bewonderen. Deze zijn te vinden bij boerderijen en woonhuizen in de polder van Anna Paulowna en het is daarom handig om ze op de fiets of met de auto te bekijken.

Omdat ik toevallig in die periode een nachtje in Anna Paulowna bleef logeren, stond het buiten kijf dat we op de fiets een ritje langs de mozaxefeken zouden maken en dat was allesbehalve een straf. Want tijdens deze bloemendagen staan ook nog eens de vele bloembollenvelden in volle bloei. Als patchworkdekens lagen de prachtig gekleurde velden gedrapeerd over het landschap. Tulpen, hyacinten en andere bolgewassen wisselden elkaar af.
Het vervaardigen van een bloemenmozaxefek is een sociale gebeurtenis en vaak het werk van families of buren, aangevuld met kennissen en vrienden. Ik zag levensgrote mozaxefeken van de koningin, maar ook van Michael Jackson en Nicolien Sauerbreij. Deze enorme ‘schilderijen’ kosten een hoop energie, zeker als ze zo rond de negen vierkante meter groot zijn. Buiten het maken van de tekening en het overbrengen ervan op verstevigd tempex, is een groep van dertig mensen hiermee meestal vier dagen lang bezig
. Naast het prikken op het tempex worden alle hyacintennagels ook nog eens op spelden voorgeprikt. Elk werkstuk bestaat uit ongeveer 10.000 spelden per vierkante meter en dus even zoveel hyacintennagels. Wat erg belangrijk is om de juiste kleuren voor het mozaxefek te kiezen en het was verbazingwekkend om te zien hoeveel kleuren hyacinten er zijn. Deze hyacintennagels, maar ook de narcissen voor de bruggen, worden elk jaar door de bolbloemenkwekers ter beschikking gesteld. Naast de ‘bloemenschilderijen’ zijn er ook objecten, soms zelfs met bewegende taferelen. Een van de mooiste vond ik die van Popeye de zeeman met zijn Olijfje en Brutus, zijn vijand, inclusief een portie spinazie. Dit object was dan ook in de prijzen gevallen, want aan de Bloemendagen is het Nederlandse Kampioenschap bloemenmozaxefeken verbonden, zowel in de categorie voor de jeugd, de toekomst en volwassenen. De makers van het bloemenmozaxefek ‘Atavar – our world is a gift’ behaalden de eerste prijs! Naast de bloemenmozaxefeken is er nog veel meer te zien, zoals de Poldertuin van tuinarchitect Zocher, dus volgend jaar misschien iets voor u? (www.bloemendagen.nl).

 

Anneke

 

Vragen kunt u stellen via: info@westland.groei.nl; activiteiten van Groei en Bloei afdeling Westland vindt u op: westland.groei.nl.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Blik op de tuin – week 18/2010

_dsc3025 Vorstelijk tuinieren 2

Tijdens de tentoonstelling ‘Vorstelijk Tuinieren’ die door Het Teyler museum in Haarlem is georganiseerd, zijn ook tal van lezingen op het gebied van tuinhistorie gehouden. Dat is natuurlijk niet vreemd, omdat tijdens de expositie zogenaamde Florilegia, bloemenboeken, de hoofdrol speelden. Ook Anne-Marie Evans, botanisch tekenaar en initiator van het bloemenboek van Prins Charles, het Highgrove Florilegium, was van de partij. Zij hield een lezing over het ontstaan, de teloorgang, maar ook de hernieuwde belangstelling voor deze bloemenboeken, waarvan het Highgrove Florilegium een goed voorbeeld is. Zij vertelde over de opmars die de bloemenboeken maakten omdat in de 17e eeuw de werkwijze rondom het drukproces veranderde. Niet langer was de houtsnede in gebruik, maar graveerden de drukkers op metalen platen. De tekeningen werden hierdoor niet alleen driedimensionaal, maar ook veel verfijnder.

Deze bloemenboeken waren de opvolgers van prachtige ‘kruytboecken’ van de hand van bijvoorbeeld Leonart Fuchs en Matthias Lobelia uit de eerste helft van de zestiende eeuw. In het museum is ook een speciale hoek met dergelijke kruidboeken ingericht. In deze boeken beschrijven de samenstellers de medicinale werking van zowel inheemse als uitheemse planten. Terwijl deze boeken puur en alleen bedoeld waren om medicinale kennis te verspreiden, dienden de bloemenboeken van koningen en keizers er voor om de pracht en de praal van hun tuinen tentoon te spreiden, maar ook ‘to portray en glorify plants’. De esthetica was dus erg belangrijk en plezier en schoonheid omwille van de planten stond voorop. Een van de eerste bloemenboeken was de Hortus Eystettensis van Basilius Besler, waarin de planten van de prachtige tuin van een Duitse Prins-bisschop in de Beierse stad Eichstxe4tt de hoofdrol spelen. Het was een interessante lezing. Jammer was het echter dat er geen aandacht was voor een Florelegium dat zoveel met mijn eigen geboortestreek te maken heeft, namelijk het bloemenboek van de Hortus Regius Honselaerdicensis (de Koninklijke tuin van Paleis Honselersdijk). Dit toenmalige paleis en landgoed, dat in het bezit was van stadhouder Willem III (vanaf 1688 ook koning van Engeland) stond bekend als het ‘Versailles van het Noorden’ en overtrof vele andere vorstelijke buitenplaatsen. In de tentoonstelling zelf is wel volop aandacht voor dit prachtige boek, dat helaas niet in Nederlands, maar in Italiaans bezit is (Nationale Centrale Bibliotheek van Florence). A.s. zondag is het de laatste dag van de tentoonstelling. De lezing door Carla Oldenburger is op die dag heel toepasselijk gewijd aan Koninklijke tuinen in Nederland en is de moeite waard!

Anneke

Vragen kunt u stellen via: info@westland.groei.nl; activiteiten van Groei en Bloei afdeling Westland vindt u op: westland.groei.nl.

Blik op de tuin – week 17/2010

_dsc3060 Vorstelijk tuinieren (1)

Een van de mooiste musea van Nederland vindt u in Haarlem. Het Teyler museum ligt aan een van de grachten in het historische centrum van deze stad. Het museum is niet alleen uniek, omdat delen van de gebouwen al meer dan tweehonderd jaar oud zijn, maar ook omdat het interieur dateert uit de 18de eeuw. Als je er binnen stapt, voelt het als of je in een museum uit vervlogen tijden bent. Maar suf en saai is het er zeker niet, want jaarlijks organiseert het museum interessante exposities, die prachtig aansluiten op de opstelling van de vaste collectie die al sinds de 19de eeuw vrijwel ongewijzigd is gebleven.

Een tentoonstelling die liefhebbers van tuinieren nauw aan het hart zal liggen is: ‘Vorstelijk Tuinieren’. In de schijnwerpers staan de belangrijkste Koninklijke tuinen van de afgelopen 400 jaar en hun gepassioneerde eigenaars. Tot deze schare van Koninklijke tuiniers behoort ook zijne Koninklijke Hoogheid de Prins van Wales, voor gewone stervelingen beter bekend als prins Charles. Het landgoed van prins Charles heet Highgrove en ligt in de buurt van Bristol in Gloucestershire in Engeland. Gepassioneerd als hij is en in navolging van vele Koninklijke en keizerlijke voorgangers heeft ook hij zijn bloemen- en plantencollectie laten vereeuwigen in een zogenaamde Florilegium, een bloemenboek. Dit boek met bloemenaquarellen, inclusief de originele aquarellen, vormen het hoogtepunt van deze tentoonstelling. De aquarellen van planten en bomen zijn gemaakt door botanische kunstenaars uit heel de wereld. Ook de Nederlandse botanisch tekenaar Anita Walsmit Sachs heeft een bijdrage geleverd aan het Highgrove Florilegium. In totaal is er een oplage van 175 genummerde exemplaren gemaakt, waarvan de opbrengst ten goede komt aan ‘The Prince’s Charities Foundation’. De twee delen bevatten in totaal 120 tekeningen gemaakt door 73 kunstenaars. Voor mij zelf waren de aquarellen niet nieuw, want ik heb ze vorig jaar al een keer gezien tijdens een speciale expositie in het Museum of Gardenhistory in Londen, maar daarom zeker niet minder mooi!

De wanden van de expositiezaal zijn bekleed met uitspraken opgetekend uit de monden van deze tuinierende dames en heren op stand. Juist de uitspraak van Prins Charles springt daar het meest tussen uit: ‘Ik wilde het platteland graag genezen, pleisters plakken op haar wonden en haar terugbrengen in haar oorspronkelijke staat’. Deze uitspraak verwijst naar zijn inspanningen bij de restauratie van het landgoed en de ecologische aanpak die hij daarbij hanteert. Het is een uitspraak die zeker in het jaar van de biodiversiteit door velen zal worden omarmd. De tentoonstelling is nog te bewonderen tot en met 9 mei a.s. (www.teylermuseum.nl). Wordt vervolgdx85.

Anneke

Vragen kunt u stellen via: info@westland.groei.nl; activiteiten van Groei en Bloei afdeling Westland vindt u op: westland.groei.nl.