Blik op de tuin – week 8/2010

Bruinekikker348731_2 Het geheimzinnige en verborgen leven in de tuin

Waar veel mensen niet bij stil staan is, dat een tuin niet alleen maar bestaat uit bomen, struiken en een kruidlaag, maar dat er ook allerlei insecten, microben, amfibieën, vogels en kleine zoogdieren in leven. De tuin is dus, naast een prettige verblijfplaats voor de tuineigenaar, ook een leefgemeenschap waarin plant en dier, min of meer van elkaar afhankelijk zijn. U, als tuinier, kunt bij de inrichting of aanleg van de tuin rekening houden met deze leefgemeenschap en door wat hulpmiddelen bijdragen aan een zekere harmonie. Veel van wat er zich in de tuin afspeelt blijft verborgen voor de mens, maar neemt hij of zij de tijd om te observeren dan zal de natuur een tipje van de sluier oplichten. Om gexefnteresseerden hierin te stimuleren, was op donderdag 10 februari jl. Frans van Den Braken uit Oosterhout, door Groei & Bloei afdeling Westland, uitgenodigd, Als geen ander was hij in staat om uit te leggen, wat er allemaal in onze eigen tuin te zien is. Vooral ’s nachts en als het regent, geeft de natuur haar geheimen prijs en is er veel te ontdekken.

Aan de hand van prachtige close-ups, liet hij vol humor zien, wat je allemaal in je eigen tuin, al dan niet in een schuiltentje, aan de weet kunt komen. Een rol van betekenis was hierbij weggelegd voor de tuinkabouter (met groen mutsje) en het roodborstje. Als die twee elkaar ontmoeten, dan zit het, volgens Frans, wel snor in uw tuin!

In de tuin spelen allerlei insecten een rol. Ze dienen als voedsel voor vogels, maar zijn, afhankelijk van de soort nuttig als bestuiver van bloemen of als opruimer van bladluizen. Om er voor te zorgen dat insecten je tuin weten te vinden, moeten de omstandigheden zodanig zijn dat ze er zich thuis voelen. Een insectenhotel kan hier een aardige bijdrage aan leveren. Een dergelijke verblijfplaats, voor in het bijzonder solitaire wespen en bijen, is eenvoudig zelf te maken. Een blok hout van 80 x 60 x 12 cm, met gaatjes van xbd mm tot ongeveer 1 cm is alles wat u nodig heeft. Solitaire wespen en bijen hebben geen nest, leven alleen en zullen er gretig gebruik van maken. Als u graag vogels in uw tuin heeft, gelden er eveneens een aantal voorwaarden. Vogels hebben, aldus Frans van den Braken, behoefte aan een tuin, waarin ze kunnen schuilen en broeden. Dit betekent dat er in de tuin voldoende en gevarieerde vegetatie aanwezig moet zijn. Verder is het belangrijk dat er ook inheemse planten in groeien en niet te veel exotische d.w.z. uitheemse soorten. Juist planten, die van oorsprong in ons land groeien, trekken die insecten aan die voor tal van vogelsoorten van belang zijn.

Naast een stukje geborgenheid om te schuilen en voldoende nestgelegenheid hebben vogels ook behoefte aan het juiste nestmateriaal. Een staartmees bouwt zijn nest van materialen als veren, spinrag en mos en kan dit alleen maar als alle materialen aanwezig zijn. Een roodborstje echter heeft blad nodig voor zijn nestje, maar ook gras en haar.

Ook een vijver brengt veel leven in de tuin. Al vroeg in het voorjaar, als de temperatuur hoog genoeg is, trekken amfibieën als padden en kikkers naar het water om er te paren en eitjes af te zetten.

Al heel eenvoudig kunt u, aldus Frans van den Braken, zelf een vijvertje maken. Een betonkuip met een diameter van ongeveer 1 meter met daaromheen ijsselsteentjes gestapeld en klaar bent u!

Wat Frans van den Braken de aanwezigen vooral leerde was, dat veel kennis niets zegt, maar dat je in de praktijk pas leert, hoe je kennis moet toepassen; de kunst om kennis te gebruiken. Verder bestaat de kennis van het waarnemen, aldus Frans, uit meer waar te nemen dan men waarneemt. Ogen open houden dus! (Het volledige verslag is te vinden op westland.groei.nl – terugblik).

Anneke

Hebt u tuinvragen, schrijf of mail dan naar:

Brieven:     Redactie het Hele Westland, Postbus 44, 2670 AA Naaldwijk, o.v.v. ‘Tuinvraag’.

E-mail:      info@westland.groei.nl

Website:   westland.groei.nl

Blik op de tuin – week 7/2010

Bijtje_2 2010 – Internationaal jaar van de biodiversiteit

Door de eeuwen heen heeft de mens ontdekt dat alle levende wezens in de natuur elkaar nodig hebben en afhankelijk zijn van elkaar. Kleine dieren eten kleinere dieren of planten en worden op hun beurt opgegeten door grotere exemplaren. Planten kunnen door middel van fotosynthese voedingssuikers produceren en dood organisch materiaal wordt afgebroken en omgezet door schimmels, bacteriën, insecten; een prachtig systeem zolang het goed functioneert. Want, wat echter ook is gebleken, is dat juist de mens deze natuurlijke kringlopen op allerlei manieren verstoort (milieuverontreiniging, ontbossing e.a.) met als gevolg een drastische afname van de verscheidenheid van dieren, planten en micro-organismen (soortenrijkdom).Daarmee gooit de mens als het ware zijn eigen glazen in, want de wereld kan niet zonder die soortenrijkdom d.w.z. biodiversiteit. Als de keten doorbroken wordt is het leven op aarde in gevaar.

Bezorgdheid over het tempo, waarmee planten- en diersoorten verdwijnen had tot gevolg, dat tijdens de conferentie van de Verenigde Naties over milieu en ontwikkeling, in juni 1992 in Rio de Janeiro, een verdrag betreffende biologische diversiteit (CBD) is gesloten. Naar aanleiding van dit verdrag werd tijdens de wereldtop in 2002 in Johannesburg, Zuid-Afrika afgesproken om het biodiversiteitverlies tegen 2010 aanzienlijk terug te dringen. In totaal deden/doen 168 landen actief mee. Op Europees niveau werd later zelfs besloten om de daling van de biodiversiteit tegen 2010 geheel te stoppen. Hier was reden genoeg toe, want volgens het milieuprogramma van de Verenigde Naties (UNEP) was in Europa tot 24% van soorten, behorend tot groepen als insecten, vogels, planten en zoogdieren in de laatste decennia volledig verdwenen.

Helaas is de doelstelling om het tij te keren bij lange na niet gehaald. Reden waarom 2010 door de Verenigde Naties is uitgeroepen tot Internationaal Jaar van de Biodiversiteit. Het startsein voor ‘2010 – Internationaal Jaar van de biodiversiteit’ is in ons land op 28 januari jl. gegeven door minister Gerda Verburg (LNV). Zij heeft tevens de website www.biodiversiteit.nl van de Coalitie Biodiversiteit Nederland geopend. Deze coalitie is een nationaal en breed gedragen comité van gemeenten, provincies, maatschappelijke organisaties en bedrijven. Deelnemers zijn o.a. de gemeenten Amsterdam en Leiden, de botanische tuinen van Amsterdam en Leiden, de Vogelbescherming, Imkerplatform Nederland – België en diverse musea, zoals Museum ‘Naturalis’ in Leiden. Minister Ronald Plasterk (OCW) heeft verder op deze dag het Nederlands Centrum voor Biodiversiteit NCB Naturalis gelanceerd. In dit nationale centrum zullen in de nabije toekomst de natuurhistorische collecties die Nederland heeft opgebouwd, worden gexefntegreerd en toegankelijk gemaakt voor onderzoek met als doel de kennis over biodiversiteit verder te ontwikkelen. Op basis daarvan levert Nederland internationaal een kennisbijdrage van belang aan biodiversiteit.

Als ambassadeur voor biodiversiteit is in ons land dit jaar gekozen voor de (honing)bij, die in haar bestaan wordt bedreigd en een aansprekend voorbeeld is in het hele verhaal. Gerichte maatregelen zijn nodig om de bij te redden en dat is nodig, want zonder bijen vindt er geen bestuiving van groenten- en fruitgewassen plaats. Ook wij, tuiniers, kunnen de bij helpen door bijvoorbeeld nestplaatsen in de tuin te maken (www.jaar-van-de-biodiversiteit.nl/copyofBijen/index.htm.). Mocht u meer willen weten over dit onderwerp: er staan tal van lezingen en evenementen in het kader van het jaar van de biodiversiteit op het programma (ook voor kinderen): 2010.biodiversiteit.nl/agenda. Het is te hopen dat al deze acties effect sorteren, want biodiversiteit = leven! Draagt u ook uw steentje bij?

Anneke

Hebt u tuinvragen, schrijf of mail dan naar:

Brieven:     Redactie het Hele Westland, Postbus 44, 2670 AA Naaldwijk, o.v.v. ‘Tuinvraag’.

E-mail:      info@westland.groei.nl

Website:   westland.groei.nl

Blik op de tuin – week6/2010

P8184831_2 Het voorjaar in de bol, maar eerst nog even de winter uitzitten!

Zo half februari begint het al weer aardig te kriebelen en het gevoel om in de tuin te gaan werken lijkt bijna samen te gaan met het lengen van de dagen. Dat is niet vreemd, want rond 1 februari is het ’s ochtends al bijna een half uur eerder licht dan rond begin januari. Ook gaat de zon rond deze datum bijna 50 minuten later onder dan rond Nieuwjaar. Meer licht op een dag geeft een positief gevoel en maakt de neiging alleen maar groter om wat in de tuin te gaan doen. Dat gevoel moeten ook mensen in vroegere tijden hebben gekend, zeker in de periode dat elektriciteit nog niet was ontdekt en mensen afhankelijk waren van het daglicht om hun werkzaamheden te verrichten. Voor de meeste mensen was de tuin vroeger niet meer dan een lapje grond waar ze gewassen op verbouwden om zichzelf en hun familie in leven te houden. Op een omheind lapje grond, meestal rondom of in de nabijheid van het huis, kweekten ze groente en fruit. Zodra de natuur het toeliet gingen de bewaarde zaden van het seizoen ervoor de grond in en keek de tuinier vol spanning naar het prille groen dat door de bewerkte aarde een weg naar de oppervlakte zocht. Met zorg groeiden de planten tot volwassenheid om daarna tot voedsel te dienen.

Siertuinen, zoals wij die nu kennen, bestonden nog niet en waren alleen maar weggelegd voor de rijken der aarde, zoals koningen, keizers en de adel. Bij hen was de tuin niet het doel, maar een middel om hun macht en aanzien te profileren en was bedoeld om in te wandelen, te zitten en te ontspannen. Gelukkig is dat privilege door de eeuwen heen niet alleen meer weggelegd voor rijke mensen, maar is het bezitten van een tuin, hoe klein soms ook, voor iedereen bereikbaar.

Naast het licht dat nodig was voor de groei van de gewassen was ook de kwaliteit van de bodem van het omtuinde stuk grond voor de mens belangrijk. Al duizenden jaren voor Christus was het bekend dat de uitwerpselen van dieren een positieve invloed op de groei van planten hadden. Ook menselijke uitwerpselen werden gebruikt om de grond vruchtbaar te maken. Voor afvalstoffen als stalmest en gier was dus een belangrijke taak weggelegd. Nog steeds is mest belangrijk om de bodem van uw tuin lekker te verwennen en zo de groei van al uw lievelingsplanten te bevorderen, maar vooral om ze gezond te houden. Daarom is het belangrijk om in het voorjaar, na het opruimen van de afgestorven gewassen van het vorige seizoen, de bodem een nieuwe impuls te geven. Het is verder van belang om het humusgehalte in de grond te vergroten. Humus houdt namelijk de voedingsstoffen van de mest langer vast. Het verhogen van het humusgehalte kunt u eenvoudig realiseren door in het voorjaar compost in de borders (ook over het gazon) te strooien. Een eigen composthoop is natuurlijk helemaal ‘je van het’, maar compost is ook bij tuincentra e.d. te koop. Ook een mulchlaag van afgemaaid gras, boomschors en bijvoorbeeld cacaodoppen zal door micro-organismen en andere beestjes worden omgezet in vruchtbare, humusrijke grond.

Als je dan toch het voorjaar in je bol hebt is het tevens belangrijk om bij de aankoop van nieuwe planten te kiezen voor planten die passen bij de grondsoort van de tuin. Het is bijvoorbeeld niet handig om rododendrons te planten in zware klei of rozen op veengrond. Als snel zullen allerlei gebrekverschijnselen optreden. Het geschikt maken van de grond om toch een bepaalde plantensoort in de tuin te kunnen planten, kost veel geld en inspanning en de vraag is dan nog of het resultaat optimaal zal zijn. Bezin dus eer u begint, maar voorlopig eerst maar even de winter uitzitten!

Anneke

Blik op de tuin – week 5/2010

Img_7543 TImg_7487uinieren is vooruitzien

Als de tuin in winterse rust is en ik, gezien de weersomstandigheden, weinig voor de tuin kan betekenen, vind ik het heerlijk om de tuinboeken in te duiken. Ook grote stapels halfgelezen tuintijdschriften roepen in deze tijd van het jaar om mijn aandacht. Op zich geen probleem, want kennis vergaren is eigenlijk zo gek nog niet, zeker als tuinieren je hobby is. Je kunt namelijk nooit teveel weten. Ook op sites op het internet is genoeg tuininformatie te vinden, maar opgekruld in de bank met een mooi (tuin)boek blijft toch op nummer 1 staan.

Om nog even op het internet terug te komen: Plantentuin Esveld in Boskoop heeft, op het gebied van communicatie, een belangrijke stap gezet in de vorm van een vernieuwde plantenzoekmachine (op planteneigenschappen). Na het invullen van een wensenlijstje met een beschrijving van de voor u ideale plant, zoekt deze zoekmachine er de beste suggesties bij, ongeacht of het een boom, struik of vaste plant is. Voor beginnende tuiniers die nog niet echt veel van planten weten is dit het ei van Columbus, lijkt me! Maar ook als u op zoek bent naar planten die in uw beplantingsplan passen en u weet door de bomen het bos niet meer, dan is deze zoekmachine een uitkomst!

Hoe meer gegevens u invult, hoe beter het advies, dat u krijgt. Het is een eenvoudig te gebruiken systeem. Zoekt u bijvoorbeeld een plant die blauw bloeit, dan hoeft u alleen maar de kleur blauw te selecteren. Wilt u een plant die in augustus tot oktober blauw bloeit dan hoeft u alleen de bloeitijd maar aan te vinken enz. De zoekmachine heeft ruim tienduizend planten in het systeem en na een paar seconden krijgt u de suggesties op uw vraag. Als de suggestie niet naar uw zin is, kunt u het zoeken verfijnen door meer eigenschappen aan te klikken, zoals standplaats, hoogte, geur, grondsoort e.d. (www.esveld.nl).

Mocht u per seizoen wat meer natuurattractie in uw tuin willen creëren, dan is dit ook een goed middel om te gebruiken. Handig is het dan om een lijstje te maken met daarop de maanden van het jaar. Per maand kunt u dan planten selecteren waarmee u de border of een bepaalde plek in tuin in een maand of seizoen zou willen opfleuren. Eventueel kunt u ook alternatieven voor een bepaalde plant zoeken en zo kunt u na de winter, beslagen ten ijs, in tuincentrum of plantenkwekerij uw slag slaan. Hebt u een nieuwe tuin of gaat u een hele nieuwe border aanleggen, dan is het werken met een dergelijk lijstje natuurlijk ook heel handig. Noteert u al uw plantenwensen per maand en maakt u later, afhankelijk van de beschikbare oppervlakte, een definitieve keuze en vult u uw beplantingsplan in.

Over iets meer dan een maand begint gelukkig al weer de meteorologische lente. Ik ben benieuwd in hoeverre koning winter zijn invloed op het weer blijft houden. In ieder geval heeft hij zich in de maand januari aardig doen gelden. Maar wie weet: vorig jaar was februari na een koude maand januari allesbehalve winters en was het voorjaar van 2009, volgens het K.N.M.I., het op een na zachtste in ruim honderd jaar. Zover is het echter nog niet; dus voorlopig nog maar even op de virtuele tuintoer of lekker gaan lezen, plaatjes kijken en plantjes zoeken. Tuinieren is ten slotte vooruitzien!

Anneke

Hebt u tuinvragen, schrijf of mail dan naar:

Brieven:     Redactie het Hele Westland, Postbus 44, 2670 AA Naaldwijk, o.v.v. ‘Tuinvraag’.

E-mail:      info@westland.groei.nl

Website (ook voor activiteiten): westland.groei.nl